Nieuws zonnestroom actueel
links
PV-systeem
basics
grafieken
graphs
huurwoningen
nieuws
index
   
 

SOLARENERGYERGY

Nieuws & analyses P.V. pagina 192

meest recente bericht boven

Specials:
Record lage productie mei 2024 bij Polder PV

vanaf 1 juni 2024


 
^
TOP

13 juni 2024: CBS update, deel 3. "Kleine" ultimate CBS zonnestroom statistiek - de 2023 update. In de forse serie updates die het CBS op 7 juni jl. in haar Open Data portal publiceerde (zie delen 1 en 2 van deze mini reeks op Polder PV), was ook een belangrijk extra overzicht voor zonnestroom te vinden, "Zonnestroom; vermogen en vermogensklasse, bedrijven en woningen, regio". Polder PV heeft daaruit een flinke serie detail segmentaties grafisch toegankelijk gemaakt en gepubliceerd op een aparte webpagina, als "kleine update" van de zeer uitvoerige eerder gepubliceerde analyse met de status van 17 november 2023, begin dit jaar. In deze update volgen de eerste "complete" kalenderjaar cijfers voor 2023, al moet daar ook bij worden gezegd dat deze, en ook de cijfers over 2022, nog steeds "nader voorlopig" zijn. En dus zeker nog kunnen gaan wijzigen in latere updates.

In deze samenvatting geef ik enkele van de nieuwe grafieken weer met wat uitleg. Voor de totale synthese, verwijs ik gaarne naar de onderaan dit artikel gelinkte nieuwe cijfer en grafieken pagina, met veel meer nieuwe informatie. Uitgelicht wordt o.a. de definitie van het begrip "installatie", en de consequenties daarvan. Ook wordt een zeer forse data anomalie gerapporteerd, die nogal verstrekkende gevolgen heeft voor hogere indelings-niveaus.

Een van de nieuwe grafiek updates betreft de evolutie van de zonnestroom capaciteiten per markt segment:

Hieruit blijkt kristalhelder, dat het segment PV op bedrijven, in CBS jargon "alle economische activiteiten", sedert 2019 de nieuwe "dragende zuil" van de totale Nederlandse zonnestroom markt is geworden, een positie die ze met de huidige cijfers voor 2023 blijkt te hebben behouden, met een ongeveer rechtlijnige groei in de afgelopen drie jaar. De residentiële sector (woningen) is weliswaar tussentijds 2x in de versnelling gegaan, en blijft onherroepelijk een spectaculaire afzetmarkt, maar de verhouding eind 2024 blijft sterk in het voordeel van het bedrijfsmatige segment (ook wel de projecten markt): 14.154 MWp om 10.106 MWp, een ratio van 1,4 : 1. In totaal stond er eind 2023 volgens de huidige CBS update een opgesteld PV vermogen van bijna 24,3 GWp.

Ook bij de jaargroei cijfers blijft, volgens de CBS data, het bedrijfsmatige segment het grootst: de jaargroei in 2023 zou 2.582 MWp zijn geweest, de aanwas in de woningmarkt "slechts" 2.078 MWp. Het totale jaarvolume kwam daarmee op een groei van 4.660 MWp, met de huidige nader voorlopige cijfers voor 2022 en 2023, zou dat volume nu nog 2,4% onder de record groei in 2022 liggen. Dit kan echter nog veranderen in latere updates.

Dit is een van meerdere ververste grafieken in het meest recente overzicht van Polder PV, met de jaargroei van de PV capaciteit per provincie, gestapeld per kalenderjaar. Noord-Brabant blijft de hoogste impact hebben, met 745 MWp nieuw vermogen in 2023. Zuid-Holland en Gelderland komen normaliter op de 2e en 3e plaats. Zeer verrassend, heeft Utrecht nu de derde plek bezet bij de jaargroei. Maar bij nader onderzoek blijkt dit een zeer ernstige anomalie te zijn in de detail cijfers voor Utrecht, die deels is terug te voeren tot een volslagen absurde groei in de gemeente Lopik, wat geen zonneparken kent (zie screendump hier onder). Het is zeer waarschijnlijk dat hier iets "goed mis" blijkt te zijn gegaan in de brondata van het CBS, die in meerdere statistiek updates, dus ook tot op het provinciale niveau, blijkt door te werken. Ook het CBS is dus niet perfect (maar wie had dat verwacht). De hoop is natuurlijk wel, dat die grote fout zal worden hersteld in komende updates. Polder PV zal het CBS verwittigen en wijzen op deze storende data fout, die nogal wat consequenties heeft in de afgeleide statistieken.

Een kolossale fout in de brondata van het CBS: een ver-twaalfvoudiging van de PV capaciteit in de gemeente Lopik (Ut.), tussen 2021 en 2022. Dat is (fysiek) onmogelijk, en zal moeten worden gecorrigeerd.

Deze zeer belangrijke grafiek geeft de evolutie van het opgestelde PV vermogen per inwoner weer, per provincie, en voor heel Nederland. Ons land werd in 2023 officieel kampioen bij deze belangrijke ratio, die zelfs nog opwaarts is bijgesteld, en eind 2023 op 1.352 Wp/inwoner is gekomen. Maar we zien dat er een zeer grote spreiding is in die ratio, per provincie. Noord-Holland is voor het eerst sedert 2012 net iets onder Zuid-Holland gedoken, met 757 Wp per inwoner. Absoluut kampioen is, en blijft, sedert 2022, provincie Drenthe. Wat met name door de nodige (zeer) grote zonneparken, op een relatief kleine bevolking, tot een opgesteld vermogen van bijna 3,2 kWp per inwoner kwam. Een factor 2,4 maal het (internationale) record gemiddelde in heel Nederland!

In dit diagram de prestatie van twee belangrijke sectoren die bijdragen aan de capaciteits-bijbouw in Nederland. De landbouw sector (veelal daken op boerderijen), die eind 2023 al ruim 2,3 GWp aan capaciteit had verzameld. En, veel harder gegroeid, de bonte verzameling vallend onder de sector "energievoorziening", waar ook de vele grote zonneparken onder vallen, maar ook talloze grote daken die worden geleased van de eigenaar. De ontwikkeling in deze sector was explosief, tussen 2018 en 2023, en resulteerde in bijna 4,9 GWp, EOY 2023, ruim het dubbele niveau van de ook flink gegroeide sector landbouw.

Bij de 25 best-performing gemeentes op het vlak van opgesteld PV vermogen, duikt weer de al eerder gememoreerde "anomalie Lopik" op, met een onwaarschijnlijk hoge opgave van ruim 233 MWp. Deze hoort in dit rijtje absoluut niet thuis! In dit overzicht vrijwel uitsluitend gemeentes met 1 of meer zonneparken op hun grondgebied. Kampioen Borger-Odoorn (Dr.) heeft er al maar liefst 10 (grote). Gemiddeld staat er ruim 70 MWp in elk van de 342 Nederlandse gemeentes (horizontale streepjeslijn).

Evolutie van het aantal als zodanig door het CBS benoemde "zonneparken" (= klassieke veldopstellingen + drijvende zonneparken), per provincie, en (zwarte lijn bovenaan), heel Nederland. De Y-as is logarithmisch. Het verloop is grillig, omdat zonneparken veel minder vaak worden gebouwd dan rooftop projecten, en het verschijnen ervan (als netgekoppelde installatie), nogal grillig verloopt in dit overzicht. Voor heel Nederland vond het CBS tot nog toe tussen de 206 (2019) en 847 exemplaren, eind 2023. Polder PV heeft er echter al lang behoorlijk wat meer, met enkele byzondere opstellingen in het veld meegerekend (en natuurlijk inclusief floating solar, gezien de "definitie" van het CBS), eind 2023 zelfs al 88 extra, een verschil van 10,4%. Bij de opgestelde capaciteit heeft Polder PV zelfs al bijna 17% meer dan het CBS telt (5,3 versus 4,5 GWp), in de grote categorie "veldinstallaties sensu lato". Bovendien ligt het systeemgemiddelde vermogen in het al jaren lang zorgvuldig opgebouwde zonnepark bestand bij Polder PV op een beduidend hoger niveau: bijna 5,7 MWp gemiddeld per stuk. Het CBS blijft in hun kleinere verzameling steken op bijna 5,4 MWp gemiddeld per installatie.

In dit overzicht toont Polder PV het forse verschil in opgesteld vermogen in de "grotere" project categorie met installaties per stuk groter dan 15 kWp, tussen de exemplaren op daken (rooftop, linker stapel kolom), en de "veld" installaties (incl. drijvende projecten) in die grootte categorie (rechter kolom). De verhouding is 9.102 / 4.533 MWp, een factor 2 : 1, er ligt, volgens het CBS, twee maal zoveel capaciteit op daken dan "in het veld". En dat zal zo blijven, dus mensen die moord en brand schreeuwen dat "de daken vol" zouden moeten: dat gebeurt al massaal, maar de veldopstellingen zijn ook beslist nodig om de doelstellingen van de energietransitie te kunnen behalen. Zonder die 4,5 GWp "in het veld" (deels niet op voormalige cultuurgronden) gaan we het nooit redden. Drenthe en Groningen scoren zeer hoog op dit vlak, met contributies van 865 resp. 824 MWp. bij de rooftop projecten blijft Noord-Brabant ongenaakbaar kampioen, ook in het grotere projecten gebeuren. Met bijna 1,9 GWp ligt ze ver voor op de nummer 2, Gelderland (minder dan 1,2 GWp). Daar zijn Groningen en Drenthe juist, met Zeeland, de hekkensluiters. Er zijn simpelweg te weinig geschikte grote daken daar.

Let op de indicatie bij de "anomalie" Utrecht, wat een veel te hoog vermogen laat zien, een gevolg van een (of meer?) flinke fout(en) in de basis cijfers van het CBS.

Een interessant overzicht, wat duidelijk maakt dat per provincie zeer grote verschillen in "prestaties" op het vlak van geaccumuleerde capaciteit (eind 2023) zijn terug te vinden. Dit heeft met veel zaken te maken, waaronder de aanwezigheid van genoeg (grote) daken, de bevolkingsdichtheid / aantallen woningen, de aanwezigheid van "relatief goedkope" grond, en natuurlijk ook voldoende netcapaciteit en koppelstations op de hogere netvlakken. Dit maakt dat ook de verhoudingen tussen de drie grote categorieën, kleinschalige installaties tot en met 15 kWp (meestal op daken, oranje), de grotere rooftops (blauw), en de "veld installaties" volgens uitgangspunt CBS (Polder PV heeft flink wat meer netgekoppelde capaciteit staan), per provincie behoorlijk sterk kunnen verschillen. Wel is Noord-Brabant op 2 fronten kampioen, zowel het meeste vermogen bij de kleine installaties, als bij de grotere rooftop projecten (1.891 MWp resp. 1.851 MWp). Bovendien is Noord-Brabant de enige provincie waar al meer dan 4 GWp aan geaccumuleerd zonnestroom vermogen is genoteerd, door het CBS. De nummer 2, Gelderland, is pas krap de 3 GWp gepasseerd, eind 2023. Bij de veldinstallaties (groen), zijn Drenthe en Groningen heer en meester. Eerstgenoemde is op dat punt kampioen, met al 865 MWp in zonneparken volgens de definitie van het CBS. Let op de zeer verschillende verhoudingen van de drie categorieën per provincie.

Tot slot

Polder PV duidt waar mogelijk, zoals gebruikelijk, in de hieronder gelinkte detail analyse, de trends en de afwijkingen, en legt uit wat de grafieken ons zoal vertellen. De complete verzameling, de nieuwste "kleine ultimate CBS update", met meer grafieken en statistieken dan hier boven weergegeven, vindt u via onderstaande link op een aparte webpagina. Deze heb ik ook direct vanaf de homepage gelinkt, omdat hierin "de meest actuele" CBS cijfers zijn te vinden voor zonnestroom.

CBS & zonnestroom NL - nieuwe statistieken. Evolutie PV installaties en -capaciteit per provincie, , gemeentes, en nieuwe segmentaties, tm. eind 2023 (voorlopige cijfers).
Status update 7 juni 2024 ff.

Disclaimer: de door Polder PV gemaakte grafieken en analyses van zonnestroom statistieken zijn gebaseerd op publiek beschikbare data afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De analyses zijn compleet onafhankelijk van de data verstrekker tot stand gekomen. Het CBS onderschrijft de strekking van dit afgeleide werk niet, noch stemt ze in met de inhoud daarvan.

Bronnen

Intern

CBS update. Eerste bijstelling cijfers zonnestroom markt 2023 door CBS. Deel 1 (9 juni 2024)

CBS update, deel 2. Zonnestroom productie, in relatie tot andere modaliteiten en totaal volumes (9 juni 2024)

CBS update, deel 3. "Kleine" ultimate CBS zonnestroom statistiek - de 2023 update (13 juni 2024, huidige artikel)

Extern

Zonnestroom; vermogen en vermogensklasse, bedrijven en woningen, regio (CBS tabel, update 7 juni 2024)


 
^
TOP

9 juni 2024: CBS update, deel 2. Zonnestroom productie, in relatie tot andere modaliteiten en totaal volumes. In het vorige artikel werden de eerste wijzigingen van de capaciteits-cijfers voor PV installaties in Nederland, van de hand van het CBS, getoond en besproken door Polder PV. In dit tweede artikel volgen de aangepaste cijfers voor de berekende zonnestroom productie, uit dezelfde CBS tabel. Vervolgens wordt de relatie gelegd met de producties van andere als "hernieuwbaar" bestempelde bronnen, en wordt het geheel ingebed in het totale energie systeem in 2 afsluitende paragrafen.

(1) Door CBS berekende zonnestroom productie 1998 - 2023

Alleen de data voor 2023 zijn gewijzigd bij het CBS, en wel, ditmaal, iets neerwaarts bijgesteld. Deze wijzigingen vindt u in de laatste kolom in onderstaande grafiek. Zowel voor 2022 als voor 2023 zijn de getoonde cijfers nog steeds "nader voorlopig", en kunnen dus nog (verder) wijzigen. Dat betekent, gezien de meestal sterk positieve evolutie van de capaciteits-cijfers, die ten grondslag liggen aan de berekeningen van de uiteindelijke productie cijfers, dat er beslist ook weer opwaartse aanpassingen in deze grafiek kunnen gaan komen. Voor de vorige grafiek, met status update 7 maart 2024, zie het artikel van 8 maart jl.

De door het CBS berekende jaarlijkse zonnestroom productie, van 1998 tm. 2023. Data tm. 2022 zijn ongewijzigd, voor 2023 zijn de berekeningen iets neerwaarts aangepast (nader voorlopige cijfers). De productie van zonnestroom nam van 2019 tm. 2023 enorm toe, van 5.399 GWh (2019), via 8.568 GWh (2020), en 11.304 GWh in 2021 (definitief), en 17.079 GWh in 2022 (nader voorlopig), naar een, nog steeds nader voorlopig, volume van 19.993 GWh, in 2023 (lichte neerwaartse bijstelling t.o.v. de 21,2 TWh in de vorige update). Daarmee is het relatieve aandeel van de "niet-genormaliseerde" zonnestroom productie in het binnenlandse bruto stroomverbruik alweer gestegen, van 4,42% in 2019, via 7,10% in 2020, 9,25% in 2021, en 14,53% in 2022, naar alweer 17,27% in 2023. Relateren we de productie aan de totale netto elektriciteitsproductie (exclusief eigenverbruik van o.a. gas en kolencentrales), zouden we in 2023 al op een aandeel zonnestroom van 17,76% van totaal zitten. De afschattingen voor 2022 en 2023 kunnen beslist nog verder worden aangepast in latere CBS updates, tm. 2021 zijn de cijfers definitief.

Voor een bredere kijk op evolutie en aandelen van elektra genererende opties, zie ook paragraaf (4).

(2) Zonnestroom productie in relatie tot andere hernieuwbare opties

Hoe is de stand van zaken m.b.t. de door CBS vastgestelde zonnestroom productie, in relatie tot andere opwek methodieken van elektra uit hernieuwbare bronnen? Daarvoor vinden we wederom in de CBS tabel "Hernieuwbare elektriciteit; productie en vermogen" de data terug. Hier onder presenteer ik weer een update van de grafiek, met de vier belangrijkste entiteiten, en de totale stroom productie uit hernieuwbare bronnen. Waarbij tm. 2022 de kalenderjaar producties niet zijn gewijzigd t.o.v. de update van 7 maart jl., maar de volumes voor 2023 inmiddels weer wat zijn gewijzigd. In een derde grafiek, verderop getoond, wordt de ontwikkeling in relatie tot andere stroom genererende modaliteiten gepresenteerd, volgens de meest recent gepubliceerde CBS data.

In deze wederom bijgewerkte grafiek is de door het CBS berekende jaarlijkse elektra productie van vier als "hernieuwbaar" beschouwde bronnen getoond in de periode 2015 tm. 2023**, met de laatst bekende data uit genoemde CBS tabel, met peildatum 7 juni 2024. De data tm. 2021 zijn definitief, die voor 2022 en 2023 nog "nader voorlopig". Zonnestroom is hierin weergegeven als de gele lijncurve, met de in het eerste deel van dit artikel reeds behandelde, ook in de grafiek weergegeven jaarproducties, culminerend in 17,08 TWh in 2022, en, gewijzigd, 19,99 TWh (equivalent volgens CBS: 73 petajoule), in 2023. Daarmee kwam de toename sedert 2022 op 17,0%. Zonnestroom haalde biomassa (bruine curve) in 2019 in, en is er verder op uitgelopen in de opvolgende jaren. Waarbij er opeens een enorme voorsprong ontstond in 2022, omdat de productie uit biomassa zelfs fors onderuit ging t.o.v. 2021. Daarbij moet wel de waarschuwing, dat dit nog enigszins kan bijtrekken, omdat volledige cijfers voor productie bij deze veelomvattende optie pas heel laat beschikbaar komen. De meer opbrengst bij zonnestroom was grotendeels te wijten aan de weer flinke capaciteit toename van het netgekoppelde PV installatie park, in combinatie met de uitzonderlijk zonnige condities in vrijwel het hele jaar 2022. In 2023 is de groei minder sterk, door een combinatie van minder zonnig weer, en een ongeveer gestabiliseerd groei volume. Maar, het wordt eentonig, ook de cijfers voor zowel 2022, als 2023, kunnen nog verder worden aangepast.

Voor windenergie (donkerblauwe curve) zijn die cijfers meestal niet zeer moeilijk te verkrijgen, alle windturbines zijn gecertificeerd bemeten en alle productie is als "hernieuwbaar" te bestempelen, dus de getoonde cijfers zullen vermoedelijk niet veel meer wijzigen, tenzij de bemetering van nieuw in het betreffende jaar opgeleverde windparken nog niet helemaal op orde was. Toch zijn er t.o.v. de update van 7 maart jl. voor de producties in 2023 weer bijstellingen geweest. Wind op zee wijzigde van 11.462 naar 11.549 GWh, bij wind op land nam het volume toe van 17.423 naar 17.615 GWh. Het totale volume (wind op land plus off-shore) is mee gewijzigd, van 28,89 naar 29,16 TWh in 2023.

De productie van elektriciteit uit windturbines is ongeveer rechtlijnig toegenomen in de jaren 2020 - 2022. De toename tussen 2021 en 2022 resulteerde in een stijging van de productie met 19,4%. Door een combinatie van de plaatsing van nieuwe windturbines op zowel land, als off-shore, was in 2023 een opmerkelijke toename van de daarmee gepaard gaande productie van windstroom te zien, en wel met 32% (land), resp. 44% (off-shore). Het totale volume nam in dat jaar toe met een respectabele 36,3%.

Volgens het CBS is in 2023 op zee de productiecapaciteit voor windenergie met 55 procent toegenomen tot 3,98 GW, op land nam de capaciteit met 10 procent toe tot 6,81 GW. Flevoland, Noord-Brabant en Zeeland waren de belangrijkste groei kernen voor nieuwe windturbine capaciteit..

De gecertificeerde productie voor waterkracht viel, na een tijdelijke stijging van 0,05 naar 0,09 TWh in 2020-2021, weer terug naar het lage niveau van 0,05 TWh in 2022, resp. 0,07 TWh in 2023 (onderste lichtblauwe lijn). Het blijft een zeer beperkt volume, en zal niet sterk kunnen groeien, vanwege de geografische beperkingen in het vlakke land genaamd Nederland.

In de donkergroene curve bovenaan wordt het totale volume van deze vier modaliteiten getoond. Wat een aanwas kende van 39,13 TWh (2021) tot, voorlopig, 56,00 TWh in 2023 (bijgesteld). De groei was vanaf 2020 bijna rechtlijnig. De Compound Annual Growth Rate (CAGR) was in de periode 2015-2023 gemiddeld 20,0% per jaar voor het totaal. Gemeten over de lange periode van 1998 (data niet getoond), tm. 2023 was het nog steeds een zeer respectabele 14,2% gemiddeld per jaar.

Het aandeel van zonnestroom in de "mix" van deze vier modaliteiten is fors gestegen, van 8,5% in 2015 via ruim 20% in 2018, naar, voorlopig, ruim 36% in 2022. In 2023 viel het met de huidige cijfers licht terug, naar 35,7%, maar dat kan bij latere wijzigingen van de data ook weer tot een hoger percentage leiden. De relatieve stijging t.o.v. het voorgaande jaar was, in de getoonde periode, het grootst in 2018, toen 68% meer productie werd vastgesteld dan in 2017. Ook in 2020 was de toename aanzienlijk, 59%. In 2021 lag het op een beduidend lager niveau, 32%, maar de meer opbrengst in zeer zonnig 2022 is, t.o.v. de output in 2021 voorlopig ruim 51%, een prima prestatie. Het duidelijk minder zonnige jaar 2023 laat tot nog toe een tegenvallende toename van 17,1% zien, maar, zoals meermalen gesteld: latere te verwachten bijstellingen van de bron-cijfers bij het CBS kunnen hier zeker voor 2023 nog de nodige verandering in gaan brengen.

Bij de CAGR groeicijfers blijft zonnestroom zonder meer kampioen. In de periode 2015-2023 lag het bij de berekende productie op gemiddeld 43,6% per jaar. Windenergie op land en op zee moesten het met een CAGR van gemiddeld 13,5%/jr, resp. 33,7%/jr stellen. Biomassa, waarvan de output bij de elektra productie flink onderuit is gegaan in de laatste 2 jaar, bleef steken op een CAGR van slechts 6,0%/jr gemiddelde groei. Kijken we naar de langere periode tussen 1998 en 2022, blijft zonnestroom ongeslagen op de eerste plaats staan. Met een gemiddeld groei percentage van 40,6% per jaar bij de berekende stroom productie.

(3) Hernieuwbaar in de stroom "mix" - overige cijfers

Tot slot hier ook nog een inbedding van de "renewables" in het totale stroom plaatje. Getoond worden in bovenstaande grafiek de netto stroom producties (bij fossielen en biomassa onder aftrek van voor de installaties benodigde eigen verbruik), van 6 geselecteerde modaliteiten. Van onder naar boven, de fossiele opties "brandstoffen excl. biomassa", waarvan aardgas nog steeds het grootste deel claimde in 2023, al is het totale aandeel flink gedaald. Vervolgens windenergie (sommatie wind op land en off-shore), zonnestroom, biomassa, kernenergie, "overige bronnen" (totaal), en tot slot de marginale optie waterkracht. De sortering is volgens de meest impact makende opties in 2023, van onder naar boven.

Alleen voor zonnestroom en de totale netto hoeveelheden zijn voor alle jaren de absolute productie volumes in de grafiek opgenomen. Voor het jaar 2023 zijn voor alle getoonde opties de betreffende productie hoeveelheden (in TWh) weergegeven.

In de getoonde periode van 2015 tm. 2023 is er eerst een stijging, van 105,8 naar 113,5 TWh (terawattuur) aan netto stroom productie van deze 6 modaliteiten, in crisis jaar 2018 daalde dat even naar 110,8 TWh. Om weer te stijgen naar 119,8 TWh, in 2020. Dit is vervolgens de afgelopen 3 jaar weer gestaag afgenomen, naar een vrij stabiel niveau van 118,2 TWh in 2021, 118,0 TWh in 2022, en weer iets hoger naar 118,2 TWh in 2023.

De bijdrage van fossiele bronnen (met name aardgas en steenkolen), dus exclusief biomassa, was in 2019 nog zeer hoog (91,6 TWh, bijna 78% van het totaal volume), het aandeel van de 4 genoemde hernieuwbare bronnen, incl. biomassa was toen 18,7%. Zonder de vaak als "twijfelachtig hernieuwbaar" beschouwde optie biomassa, was dat aandeel nog maar 14,4% in 2019. Onder druk van diverse mondiale & Europese crisissen, klimaatdoelstellingen, en de voorspoedige uitbouw van duurzame elektriciteit genererende projecten, is het aandeel van "fossiel" de afgelopen vier jaar flink onderuitgegaan. In 2023 is dat, met 57,9 TWh, namelijk nog maar 49% van het totaal volume. De productie uit fossiele bronnen was alweer 12,6% minder dan in 2022. De productie uit aardgas daalde nog eens met 4% (in 2022 zelfs met bijna 16% t.o.v. 2021), naar 44,9 TWh, o.a. vanwege de blijvend hoge prijsstelling in de markt.

In 2023 was verder een opvallend lagere stook van kolen voor de stroomproductie te zien. Die was in 2022 nog bijna even hoog als in 2021 (16,5 TWh), maar dook met de huidige CBS data met een flinke sprong omlaag naar nog maar 10,1 TWh, ruim 38% minder (!).

Terwijl het aandeel van kernenergie vrijwel stabiel bleef (van 3,1 naar 3,2% in 2019 > 2023), is tegelijkertijd de hoeveelheid productie van stroom uit hernieuwbare bronnen flink toegenomen, van 22,0 TWh in 2019, via 31,8 TWh in 2020, 39,1 TWh in 2021, 47,2 TWh in 2022, naar alweer 56,0 TWh in 2023. Resulterend in een toename van het aandeel van 40,0% (2022), naar al 47,4% op de totale productie van elektra in 2023. Als biomassa niet zou worden meegenomen (wat tegen de officële EU policy in zou gaan), zou het aandeel HE bronnen (water, wind, en zon), zijn gestegen van bijna 33% in 2022, naar bijna 42% in 2023.

De sterk toegenomen impact van zonnestroom op de totale productie van elektriciteit is goed terug te zien in deze derde grafiek. Dat aandeel nam voordurend toe, van 1,05% in 2015, naar al 16,9% van de totale netto stroom productie, in 2023.

De productie toename van stroom uit HE bronnen inclusief biomassa was 20,7% tussen 2021 en 2022, resp. 18,6% tussen 2022 en 2023 (voorlopige cijfers). Zou biomassa niet worden meegeteld, is die stijging zelfs 31,4%, resp. 27,8% geweest. Dat komt, omdat in 2022 11% minder opwek uit biomassa is gegenereerd dan in 2021. In 2023 was het zelfs 22% minder dan in het voorgaande jaar.

(4) Zonnestroom en hernieuwbaar bij elektriciteit, en in het "energie systeem" - een bredere blik

In de totale productie cijfers bij elektra uit hernieuwbare bronnen zijn er ook deels wijzigingen geweest t.o.v. de update van maart dit jaar. De nieuwe totaal volumes vindt u in onderstaand staatje terug, grotendeels uit de tabel HE productie en vermogen van het CBS. Gewijzigde dan wel nieuwe cijfers zijn cursief gedrukt. De verwachting is dat voor 2022 en 2023 nog wel het een en ander zal gaan wijzigen. Vooral voor biomassa komen cijfers voor de ingewikkelde rapportages pas laat beschikbaar.

  • Bruto elektra productie alle HE bronnen (niet genormaliseerd) 2020 32.740 GWh; 2021 40.229 GWh; 2022** 48.315 GWh; 2023** 56.870 GWh.

  • Netto elektra productie alle HE bronnen (niet genormaliseerd) 2020 31.792 GWh; 2021 39.129 GWh; 2022** 47.232 GWh; 2023** 56.001 GWh.

  • Aandeel bruto productie HE bronnen in binnenlands verbruik (n.g.) 2020 27,14%; 2021 32,92%; 2022** 41,10%; 2023** 49,13%.

  • Aandeel netto productie HE bronnen in binnenlands verbruik (n.g.) 2020 27,12%; 2021 33,04%; 2022** 41,52%; 2023** 49,76%.

  • Genormaliseerde bruto productie alle HE bronnen 2020 31.924 GWh; 2021 40.668 GWh; 2022** 46.884 GWh; 2023** 53.959 GWh.

  • Aandeel genormaliseerde bruto stroom productie van hernieuwbare bronnen, t.o.v. het binnenlandse verbruik van elektriciteit, 2020 26,41%; 2021 33,28%; 2022** 39,89%; 2023** 46,62%.

  • N.B.: Het netto totale stroomverbruik in Nederland was in de afgelopen 4 jaren, volgens de Elektriciteitsbalans tabel van het CBS, 112,4 TWh (2020), 113,6 TWh (2021), 108,9 TWh (2022**), resp. 107,7 TWh (2023**), derhalve het 2e jaar op rij dat het is gedaald, i.t.t. de verwachting bij velen. De totale bruto stroomproductie was in die jaren 123,3 TWh, 122,0 TWh, 121,8 TWh, resp. 121,4 TWh, een lichte daling in die vier jaar. Vanwege de - noodgedwongen - besparingen in o.a. de industrie, en de lagere stroomvraag, is het relatieve aandeel van de hernieuwbare bronnen mede gestegen, bovenop de autonome ontwikkeling van de oplevering van nieuwe installaties.

  • Het aandeel van zonnestroom in het bruto eindverbruik nam, volgens de Energiebalans tabel van het CBS, toe van 30,8 PJ (2020), via 40,7 PJ (2021) en 61,5 PJ (2022**), naar 72,0 PJ in 2023**. 1 PJ = 1 petajoule = ongeveer 278 GWh stroom equivalent (1 GWh = 1 miljoen kilowattuur).

  • In de CBS tabel "Hernieuwbare energie; verbruik naar energiebron, techniek en toepassing" (status 7 juni 2024) vinden we de relatieve aandelen van zonnestroom bij het bruto eindverbruik terug. Dat aandeel steeg van 1,62% (2020), via 2,03% (2021, iets gewijzigd), en 3,32% (2022**, iets gewijzigd), naar alweer 3,97% (2023*). De verwachting is dat in december 2024 het definitieve percentage voor 2022 bekend zal worden, voor 2023 zal dat pas eind 2025 definitief worden vastgesteld. CBS stelt in hun tabel toelichting hierover: "Belangrijkste (verwachte) wijzigingen tussen nader voorlopig in december en definitief een jaar later zijn de cijfers over zonnestroom."

  • Rekenen we ook de bijdrages van het ver bij PV achterblijvende marktsegment thermische zonne-energie bij de veel hogere aandelen van zonnestroom, komen de relatieve bijdrages van "zonne-energie sensu lato" in deze vier jaren uit op 1,68% (2020), 2,09% (2021), 3,39% (2022**), resp. 4,04% (2023*).

  • Het bruto eindverbruik van alle hernieuwbare bronnen (elektra, warmte & transport) nam in 2020-2023 toe, van 223,0 PJ (petajoule) in 2020 (NB: zónder de beruchte "statistische overdracht" met Denemarken in dat jaar), via 259,8 PJ in 2021, 276,9 PJ in 2022, tot 308,0 PJ in 2023. De toename in 2023 was daarmee 11,2%. Het relatieve aandeel, het percentage hernieuwbaar t.o.v. het eindverbruik van energie, nam toe, van 11,47%, via 12,98% en 14,97%, tot al 16,99%, in 2023. In het Nationale Energieakkoord van 2013 was destijds 16% in 2023 als doelstelling afgesproken, wat dus ruim is gehaald. Voor 2030 is voor het gemiddelde in Europa minimaal 42,5% afgesproken, de sub-doelstelling voor Nederland moet nog nader worden bepaald voor dat jaar.

  • Het totale finale energieverbruik is volgens het CBS in 2023 gedaald naar ruim 1.800 PJ (= 1,8 exajoule), wat 2 procent lager zou zijn dan in 2022. Hiervoor wordt de vanuit de EU opgelegde rekenwijze gebruikt, zie dit verklarende stuk op de website van het CBS. De evolutie wordt in een grafiek getoond in het desbetreffende artikel door het CBS, zie hier onder.

  • De grootste contribuant van de vele soorten bronnen die gebruik maken van "hernieuwbare energie" blijft biomassa, met in 2023 106 PJ. Het volume was wel 3% lager dan in 2022, doordat er maar liefst 31% minder biomassa werd bijgestookt in kolencentrales.

  • Warmtepompen zijn populair geworden en worden veel aangeschaft. Er is 26% meer warmte onttrokken in 2023 dan in 2022, resulterend in een gebruikt volume van 26 petajoule.

  • Ondanks alle progressie, zit Nederland met haar bijna 15% in 2022 onder het nu bekende EU gemiddelde van 23% in dat jaar, waarbij Zweden, met 66% koploper is (veel waterkracht, inzet van hout). Nederland is wel een rappe groeier in de laatste jaren. In 2023 laat ze Luxemburg, België, Malta en hekkensluiter Ierland achter zich.

^^^
Grafiek van CBS. Let op de "anomalie statistische overdracht" in 2020, zonder welk de 14% energie uit hernieuwbare bronnen in dat jaar beslist niet gehaald zou zijn ...

 

Bronnen

Extern

Energieverbruik uit hernieuwbare bronnen gestegen naar 17 procent (nieuwsbericht CBS, 7 juni 2024)

Hernieuwbare elektriciteit; productie en vermogen (CBS, update datum 7 juni 2024)

Elektriciteitsbalans; aanbod en verbruik (CBS, update datum 7 juni 2024)

Hernieuwbare energie; verbruik naar energiebron, techniek en toepassing (CBS update datum 7 juni 2024)

Intern

CBS update. Eerste bijstelling cijfers zonnestroom markt 2023 door CBS. Deel 1 (9 juni 2024)

CBS update, deel 2. Zonnestroom productie, in relatie tot andere modaliteiten en totaal volumes (9 juni 2024, huidige artikel)

CBS update, deel 3. "Kleine" ultimate CBS zonnestroom statistiek - de 2023 update (13 juni 2024)

CBS update deel 1. Eerste afschatting zonnestroom markt 2023 door CBS, Nederland wereldkampioen Wp/capita herbevestigd (7 maart 2024, alsmede daar onder gelinkte vervolg artikelen)

CBS stelt data voor PV-capaciteit kalenderjaar 2022 weer fors opwaarts bij. Record jaargroei volume nog hoger, bijna 4,8 GWp, 564 duizend nieuwe installaties. Deel 1 (16 november 2023, alsmede daar onder gelinkte vervolg artikelen)



9 juni 2024: CBS update. Eerste bijstelling cijfers zonnestroom markt 2023 door CBS. Deel 1

Op 7 maart 2024 publiceerde het CBS haar aller-eerste afschatting voor de omvang van de zonnestroom markt in 2023, in Nederland, waar Polder PV getrouw zijn analyse op los liet, hier te raadplegen. Daarin vindt u ook cijfers over de onstuimige groei van PV installaties op woningen, van Netbeheer Nederland.

Op 7 juni werd de eerste update van het statistiek bureau gepubliceerd, voor alle hernieuwbare energie bronnen. Hier kom ik later nog op terug, de huidige korte analyse betreft de wijzigingen voor zonnestroom. Gememoreerd blijft worden, dat ook de huidige data zeer voorlopige cijfers betreft, die later voor sommige opties nog steeds flink kunnen worden bijgesteld. De doelstelling energie uit hernieuwbare bronnen voor 2023 is in ieder geval gehaald. In plaats van de in het Energieakkoord (2013) vastgestelde 16%, is in 2023 al een "aandeel hernieuwbare energie" van 17% van het totale energieverbruik in Nederland bereikt, t.o.v. nog maar 15% in 2022.

Het afgeschatte eindejaarsvolume voor de opgestelde capaciteit voor zonnestroom is alweer gewijzigd. Er zou eind 2023 al 24.261 MWp aan PV capaciteit staan (1,5% hoger dan de eerste inschatting van begin maart), wat tot gevolg zou hebben dat voor de 2e maal in 9 jaar tijd de jaargroei niet groter zou zijn geweest dan in het voorgaande jaar, en "slechts" 4.661 MWp zou hebben bedragen, 2,4% minder aanwas dan in 2022. Omdat zonnestroom data echter in latere rapportages door het CBS fors kunnen worden bijgesteld, zal dat verschil waarschijnlijk nog kleiner gaan worden. En mogelijk zelfs kunnen omslaan in een iets groter groeivolume dan in 2022. Vooralsnog heeft in de laatste vijf jaar, ondanks alle problemen, een byzonder hoge groei plaatsgevonden, van gemiddeld ruim 39% per jaar bij de capaciteit toename (CAGR berekening). Voor het eerst is nu ook een afschatting van het aantal PV projecten voor eind 2023 gepubliceerd door het CBS, er zouden toen al (minimaal) 2,8 miljoen installaties zijn geaccumuleerd.

In de huidige analyse zet ik de nieuwe cijfers van het CBS wederom in tabellen op een rijtje, en geef ik een nieuwe grafiek voor de door het CBS vastgestelde capaciteit. Ook wordt weer een update gegeven van de grafiek met de evolutie van de zonnestroom capaciteit per hoofd van de bevolking, in voormalig wereldkampioen Australië, en haar opvolger, het kleine Nederland aan de Noordzee.

Later zullen de berekende zonnestroom producties en de relatie tot de producties van andere hernieuwbare modaliteiten worden getoond.

Nieuwe cijfer update CBS - aangepaste tabel aantallen

De nieuwste cijfers, incl. de eerste aantallen PV installaties voor het volledige kalenderjaar 2023, verschenen in de CBS Open Data tabel "Hernieuwbare elektriciteit; productie en vermogen", met als update datum 7 juni 2024. Deze jaarcijfers vervangen de zeer voorlopige cijfers voor het eerste half-jaar van 2023, die Polder PV op 23 november 2023 heeft gepubliceerd en geanalyseerd. Zoals te doen gebruikelijk, worden die half-jaar cijfers later niet meer door CBS in aangepaste vorm ge(her)publiceerd. In de update van 7 juni is nu voor het eerst het cijfer voor het hele jaar gepubliceerd:


^^^
point as decimal separator (read 2.808.439 as 2 808 439, or 2808439)

Helemaal links de eerst door het CBS verstrekte cijfers voor het aantal installaties aan het eind van elk jaar van 2019, 2020, 2021, 2022, en nu dus ook voor 2023. Onder de tabel het medio november 2023 gepubliceerde cijfer voor eind van het eerste half-jaar van 2023, wat niet meer in gecorrigeerde vorm publiek wordt gemaakt door het CBS.

Eind 2023 zouden er alweer 2,81 miljoen PV installaties zijn geaccumuleerd in Nederland. Vergeleken met het nog steeds ongewijzigde, meest recente eindcijfer voor 2022 (2,29 miljoen), resulteert dit in een eerst bekend jaargroei cijfer van 514.285 nieuwe installaties. Dit zou geen record zijn (in 2022 waren het er bijna 564 duizend nieuw), maar zeker de data voor 2023 kunnen nog flink gaan wijzigen. Bovendien zit er nogal wat "spanning" in relatie tot cijfers begin dit jaar gepubliceerd door Netbeheer Nederland, die uitsluitend voor PV systemen op woningen signaleerde dat er al ruim 600 duizend nieuw waren geregistreerd, zoals onderaan de tabel weergegeven (detail cijfers uit vorige analyse). Dit kan natuurlijk niet, want bij het CBS zouden ook alle andere installaties moeten zitten. Om dit meer in lijn te krijgen, verwacht ik later nog wel de nodige aanpassingen in zowel de cijfers van het CBS (alle installaties), als die van Netbeheer Nederland (alleen woningen / kleinverbruik ?).

In de tweede kolom, "most recent est.", de nu bekende meest recente cijfers voor de eindejaars-volumes voor alle projecten. Voor 2019 en 2020 betreft dit de toegevoegde volumes volgens de update van 17 november 2023. Die voor 2021 en 2022 zijn de in de vorige update gewijzigde, maar nu niet meer veranderde data. Voor 2022 is al een record hoeveelheid "nagekomen" bij het CBS, 78.531 installaties extra t.o.v. de eerste afschatting voor dat jaar door het data instituut, 3,5% meer. Het eerste cijfer voor 2023 zal ongetwijfeld ook gaan wijzigen, het is niet te voorspellen hoe hoog die zal gaan uitpakken.

Achteraan zijn de meest recente, uit de EOY accumulaties berekende jaargroei cijfers toegevoegd, voor de jaren 2020 tm. 2023. De nog zeer voorlopige groei voor 2023, 514.285 is zeer hoog, maar nog wel lager dan het record volume in 2022 (563.869 nieuwe installaties). Dit kan beslist in latere update nog gaan omslaan in het voordeel van 2023, zeker met de cijfers van Netbeheer NL in gedachten (zie voorgaande opmerking).

Tabel capaciteit met belangrijke uitbreiding voor heel 2023

De tabel voor de capaciteit, die al langer completer was dan die voor de aantallen, is ook weer aangepast, met het eerst gewijzigde cijfer voor de geaccumuleerde capaciteit aan het eind van 2023. Deze vervangt het eerder gepubliceerde (zeer voorlopige) cijfer in de update van 7 maart jl.


^^^
point as decimal separator (read 24.261 as 24 261, or 24261)

In de tweede kolom onderaan vindt u het nieuwe cijfer voor het complete kalenderjaar 2023, 24.261 MWp accumulatie, eind van het jaar, wat de eerste afschatting, 23.904 MWp, vervangt. Dit resulteert in de volgende spectaculaire gemiddelde jaargroei cijfers volgens de Compount Annual Growth Rate (CAGR) methodiek. Over de periode 2012 tm. 2023 was die groei gemiddeld 49,7% per jaar (!). In de periode 2018 tm. 2023 is dat gemiddelde wel wat gedaald, maar nog steeds, gezien de 5 jaar lange periode, in combinatie met alle problemen die de sector in die jaren op haar weg heeft gevonden, zéér sterk: gemiddeld 39,4% per jaar.

In combinatie met het EOY cijfer voor 2022, leidt dit nieuwe eindejaars-cijfer tot een nog zeer voorlopige groei van 4.661 MWp in 2023, zoals rechts onderaan weergegeven. Dat is al substantieel hoger dan de 4.304 MWp groei in de vorige update.

Dit zou wel, voor de tweede maal in een lange periode van 9 jaar zijn, dat de nieuwe jaargroei láger zou zijn dan in het voorgaande jaar, in dit specifieke geval 2,4% lager, dan de tot nog toe genoteerde record groei van 4.777 MWp in 2022. Eerder was in 2021 de jaargroei iets lager dan in het toenmalige topjaar, Coronajaar 2020.

Disclaimer - recente cijfers nog lang niet "hard"

Hierbij moet uiteraard een forse disclaimer. Want dit is slechts de eerste aanpassing van het CBS, voor het jaar 2023, en die stelt regelmatig dergelijke afschattingen verder bij, soms zelfs substantieel. We zien in de 4e kolom van deze tabel, hoe fors dergelijke bijstellingen uiteindelijk kunnen worden. Er is nu nog maar 116 MWp extra capaciteit in 2023 nodig, om de jaargroei van 2022 te evenaren. Er zijn al vijf jaargangen, de 5 meest recente, die bijstellingen hebben ondervonden die daar ver boven uitgaan. Wel is het zo, dat ook het jaarvolume voor 2022 nog niet in beton is gebeiteld, het is een nader voorlopig volume. Mocht het zo zijn dat een aanpassing voor 2022 laag uitvalt, en latere bijstellingen voor 2023 ook weer fors zullen worden, kan het dus alsnog zo gaan uitpakken, dat de uiteindelijke jaargroei in 2023 toch hoger zou kunnen gaan worden dan in het voorgaande jaar. Maar dat zullen we allemaal moeten gaan afwachten, hier is beslist nog geen zekerheid over.

Wel werd in het Nationaal Solar Trendrapport 2024* al gewag gemaakt van een potentieel jaargroei volume van 4,82 GWp, wat 3,4% hoger zou liggen dan de eerste bijstelling op basis van het EOY 2023 cijfer van het CBS. Dat ligt dus al iets boven de nu bekende jaargroei in 2022 (0,9% hoger). U moet niet gek staan te kijken, dat het CBS daar in een later stadium mogelijk alsnog overheen zou gaan, zoals al vaker is geschied in de Nederlandse cijfer historie omtrent zonnestroom. Voor eind 2023 heeft het NST 2024 voorlopig een geprognosticeerde capaciteit van "bijna 24,4 GWp" gegeven. Dat is slechts 0,6% hoger dan het huidige, door het CBS opgegeven EOY volume voor dat jaar, en wat ook nog zal gaan wijzigen.

Polder PV volgt altijd de nationale statistieken van het CBS in zijn berekeningen en overzichten, omdat alleen dié cijfers uiteindelijk terechtkomen bij mondiale gremia als het IEA en IRENA, en daar als vergelijkings-materiaal worden gebruikt t.o.v. alle andere landen.

* Nationaal Solar Trendrapport 2024 ©Dutch New Energy Research. Zie: https://www.solarsolutions.nl/trendrapport/

Grafiek evolutie capaciteit

In de hier onder weergegeven bijgewerkte grafiek geef ik de primaire data voor de capaciteits-groei weer in de Nederlandse zonnestroom markt tussen 2012 en 2023, met de meest recente cijfers voor 2023 inbegrepen.

De data zijn definitief tm. 2021, en nader voorlopig voor zowel 2022, als voor 2023 (tweede afschatting, wordt nog bijgesteld). In blauwe kolommen de door CBS gegeven eindejaars-accumulaties, cumulerend in 287 MWp eind 2012, tot inmiddels al 24.261 MWp, EOY 2023*. Een factor 85 maal zo groot volume, in slechts 11 jaar tijd, een fenomenale prestatie. De toename van de opgestelde capaciteit was, sinds eind 2022, 23,8%. De oranje kolommen geven de uit de EOY data berekende jaargroei cijfers weer. Vanaf 2014 zijn die tm. 2020 continu groter geweest per jaar, om, vanaf 357 MWp nieuw volume in 2014, voorlopig te cumuleren in 3.882 MWp nieuwbouw in 2020. In 2021 zakte dit slechts licht in naar 3.715 MWp, maar in 2022 werd weer een nieuw jaar record behaald, van 4.777 MWp. Een factor ruim 13 maal zo hoog dan in 2014. In 2023 is, met de nog voorlopige cijfers voor dat jaar, de groei weer licht terug gezakt, naar de 2e plek, op 4.661 MWp. Omdat dit nog slechts een 2e afschatting betreft, die nog zal worden bijgesteld, is het laatste woord over de verhouding tussen de groei volumes van 2022 en 2023 zeker nog niet gezegd. Beide data kolommen hebben de rechter Y-as als referentie.

Uit de jaargroei cijfers is ook het procentuele verschil t.o.v. de aanwas in het voorgaande jaar berekend. Dit is weergegeven in de grijs gestippelde curve, met als referentie de linker Y-as. In 2015 en 2018 piekten de toenames naar 45% resp. 119% t.o.v. de groei in het voorgaande jaar. Vervolgens zakte dit tm. 2021 naar een 4% lágere groei dan bij de aanwas in Corona jaar 2022. In 2022 piekte de groei weer, naar 29% meer jaarvolume dan de aanwas in 2021. Om in 2023 weer naar een negatieve waarde van minus 2% jaargroei t.o.v. de aanwas in 2022 te dalen. Dat laatste percentage kan nog fors worden bijgesteld in latere CBS updates.

Toegevoegd: gemiddeld systeem vermogen

Nu we van enkele jaren zowel de capaciteit data hebben, als de bijbehorende aantallen installaties, volgens de opgaves van het CBS, kunnen we ook berekenen wat de gemiddelde installatie omvang is geweest. Zowel voor de status eind van het jaar (accumulatie, EOY), als voor de nieuwbouw per jaar, YOY. We hebben (deels) daarvoor de cijfers beschikbaar van de kalenderjaren 2019 tm. 2023. Hieruit volgt het hier onder weergegeven nieuwe tabelletje:

De opgaves zijn in kWp per installatie. Het systeemgemiddelde van de totale populatie is eind van het jaar gemiddeld genomen toegenomen, van 6,80 kWp eind 2019, tot inmiddels al 8,64 kWp, eind 2023. Een toename van ruim 27%.

Bij de jaargroei cijfers, daarentegen, is er sedert 2019 juist een afname zichtbaar, van 12,07 kWp in 2020, tot 8,47 kWp bij de nieuwe installaties in 2022 (30% minder dan in 2020). Met een geringe opleving bij de (nog zeer voorlopige) jaargroei in 2023. 9,06 kWp gemiddeld voor de nieuwe projecten. Dit is waarschijnlijk het gevolg van de blijvend spectaculaire ontwikkeling van de residentiële markt tm. 2023, bij een minder sterke ontwikkeling van de grote projecten sector. De data voor 2022 en 2023 kunnen nog wijzigen in latere updates.

Australia versus Nederland (ctd)

Al enkele malen eerder heb ik een vergelijking gemaakt tussen voormalig wereldkampioen Australia, versus de prestatie van Nederland, op het vlak van Wp/capita opgesteld vermogen. In de vorige update was al "officieel" geworden, dat Nederland de erepodium plaats van Australia had overgenomen, in 2023. In onderstaande grafiek geef ik de update met de meest recent beschikbare cijfers, voor zowel het opgestelde vermogen aan het eind van elk jaar, tm. 2023, als de meest actuele bevolkingscijfers. Voor uitgebreid commentaar op deze gegevens, en de vergelijking, verwijs ik gaarne naar het dieper gravende stuk in de analyse van 7 maart 2024.

Ten opzichte van de vorige grafiek zijn er enkele kleine wijzigingen doorgevoerd:

  • De nog steeds voorlopige ratio voor Australia is eind 2023 opgewaardeerd, van 1.261 naar 1.276 Wp/capita (1,2% hoger)
  • Ditto, voor Nederland, met de laatst bekende CBS cijfers voor PV capaciteit en een licht aangepast bevolkingscijfer voor eind 2023: ratio gewijzigd, van 1.332 naar 1.352 Wp/capita (1,5% hoger). Dat is het equivalent van 3 moderne 450 Wp zonnepanelen per inwoner in Nederland.
  • De verhouding tussen AUS/NL, is eind 2023 iets neerwaarts bijgesteld, van een factor 0,95, naar 0,94, Nederland is dus weer iets verder uitgelopen t.o.v. Australia (hogere Wp/capita ratio).
  • Beide ratio's kunnen later nog wijzigen, met verder aangepaste cijfers.
  • De Compound Annual Growth Rate (CAGR) van de afgeleide maatvoering Wp/capita was voor de periode 2010 tm. 2023 voor Australia al een hoge 36,2% gemiddeld per jaar, maar Nederland ging daar ver overheen, met een spectaculaire groei van gemiddeld 52,9%/jaar (!).

Bronnen, extern

Energieverbruik uit hernieuwbare bronnen gestegen naar 17 procent (CBS persbericht, 7 juni 2024)

Hernieuwbare elektriciteit; productie en vermogen (CBS Open Data update 7 juni 2024)

Hernieuwbare energie; verbruik naar energiebron, techniek en toepassing (CBS Open Data update 7 juni 2024)

Intern

CBS update. Eerste bijstelling cijfers zonnestroom markt 2023 door CBS. Deel 1 (9 juni 2024, huidige artikel)

CBS update, deel 2. Zonnestroom productie, in relatie tot andere modaliteiten en totaal volumes (9 juni 2024)

CBS update, deel 3. "Kleine" ultimate CBS zonnestroom statistiek - de 2023 update (13 juni 2024)

Voor andere recente interne bronnen, zie lijstje onderaan het eerste artikel in de vorige artikel serie over de CBS energie updates

De "ultimate" CBS zonnestroom statistiek update - uitgebreide (eerste) resultaten voor 2022 en medio 2023. Segmentaties naar provincie, gemeentes, RES sub-regio, omvang en type PV installatie (Polder PV, 9 januari 2024; introductie tot zeer uitgebreide detail analyse van de CBS zonnestroom data tm. medio 2023. Voor de volledige analyse met talloze cijfers en grafieken, zie deze link, analyse opent in nieuw venster)



4 juni 2024: VertiCer update mei 2024 - 2023 jaargroei naar 2.404 MWp nieuwbouw, 22% méér t.o.v. nieuwe capaciteit in dezelfde periode 2022. Voor uitgebreide toelichting van de voorliggende historie van de CertiQ data voor gecertificeerde zonnestroom in Nederland, zie de bespreking van 7 maart 2023 (februari rapportage). Voor de transitie van CertiQ naar de nieuwe organisatie VertiCer, zie introductie in de analyse, van 19 juli 2023.

In de huidige rapportage brengt Polder PV de nieuwe resultaten uit de data rapportage van VertiCer, voor de maand mei 2024, waarmee de jaargroei in kalenderjaar 2023 weer verder blijkt te zijn uitgelopen op het volume in 2022. Tevens worden tm. april 2024, de verstrekte Garanties van Oorsprong voor gecertificeerde PV projecten gereconstrueerd en grafisch verbeeld over de afgelopen periode. Er is eerder al een verklaring voor de merkwaardige anomalie in de maart rapportage gearriveerd bij Polder PV, maar deze is nog niet in de nu bekend officiële cijfers verwerkt. In de laatste rapportage verschenen deels weer de nodige gewijzigde (maand) cijfers sedert oktober 2022, de capaciteit aan het eind van mei 2024 is weer toegenomen t.o.v. het iets aangepaste volume, voor eind april dit jaar. Wederom is er géén update van nog oudere data verschenen. Ook voor die gegevens en grafieken daaromtrent, verwijs ik naar de hier boven gelinkte analyse van het oudere CertiQ rapport, waarin die gegevens wel waren bijgesteld in een separate rapportage.

Bijstellingen - niets nieuws onder de zon

Benadrukt zal hier blijven worden, dat de voor sommigen wellicht verwarrende, continu wijzigende maand-cijfers bij VertiCer, en haar rechtsvoorganger CertiQ, beslist geen "nieuw fenomeen" betreffen. Dit is altijd al staande praktijk geweest bij CertiQ, en wordt gecontinueerd onder VertiCer. Niet alleen werd dat zichtbaar in de soms fors gewijzigde cijfers in de herziene jaar rapportages tot en met het exemplaar voor 2019. Helaas zijn daarna geen jaarlijkse revisies meer verschenen. In een tussentijdse analyse van oorspronkelijk gepubliceerde, en toen actuele, bijgestelde cijfers, werd al duidelijk, dat de databank van de destijds alleen onder TenneT vallende dochter continu wijzigingen ondergaat, zoals geïllustreerd in de Polder PV analyse van 4 november 2020. In dit opzicht, is er dan ook niets nieuws onder de zon. De wijzigingen zijn er altijd al geweest, alleen zijn ze inmiddels, met weliswaar de nodige moeite, regelmatig zichtbaar te maken, door de nieuwe wijze van rapporteren van VertiCer. De cijfermatige consequenties daarvan worden weer besproken in de huidige analyse.

Voordat we de huidige resultaten bespreken, blijft de belangrijke, al lang geleden door Polder PV geïntroduceerde, en tussentijds verder aangepaste disclaimer bij alle (zonnestroom) data van VertiCer / CertiQ recht overeind:

* Disclaimer: Status officiële VertiCer (ex CertiQ) cijfers
volgens maandelijkse rapportages !


I.v.m. omvangrijke toevoegingen sedert 2018 aan dit dossier (vrijwel exclusief gedreven door grote hoeveelheden, SDE gesubsidieerde, en gemiddeld genomen steeds groter wordende PV projecten), in combinatie met inmiddels al 3 ernstige data "incidenten" bij CertiQ (september 2017, juni 2019, resp. april 2020), die Polder PV meldde aan het bedrijf (waarna deels substantiële correcties werden gepubliceerd), sluit de beheerder van Polder PV niet uit, dat de huidige status bij rechts-opvolger VertiCer niet (volledig) correct zal kunnen zijn. Een vierde casus diende zich aan n.a.v. het februari rapport in 2021. En, helaas, herhaalde dit zich wederom in de december rapportage van 2022.

Met betrekking tot afgegeven Garanties van Oorsprong, werd in de maart 2024 rapportage ook al een anomalie gevonden, die, bij navraag, wederom op een ingave fout van een netbeheerder bleek te berusten (zie voetnoot in rapportage april 2024 update).

Met name foute capaciteit opgaves van netbeheerders voor "kleinere" projecten kunnen, ondanks aangescherpte controles bij VertiCer, aan de aandacht blijven ontsnappen en over het hoofd worden gezien. Maar ook cijfermatige incidenten met opgaves van volumes van grotere projecten kunnen nog steeds niet uitgesloten worden. Deze laatsten zullen, indien onverhoopt optredend, hoge impact hebben op het volume aan maandelijkse toevoegingen, en ook, zei het in relatieve zin beperkter, invloed hebben op de totale accumulatie van gecertificeerde PV capaciteit aan het eind van de betreffende maand rapportage.

Hierbij komt ook nog het feit, dat ooit gepubliceerde volumes in de maandrapportages, al snel bijgesteld kunnen worden door continue toevoegingen en correcties voor de betreffende maanden, bij VertiCer. Wat de directe gevolgen daarvan zijn, vindt u grafisch geïllustreerd in het artikel gepubliceerd op 4 november 2020.

Voor 2020 en 2021 zijn de consequenties van deze continu optredende bijstellingen opnieuw berekend - in de rapportage voor december 2021. Deze bijstellingen werden in analyses van de maand rapportages tot en met 2022 bijgehouden door Polder PV, waaruit o.a. de meest actuele jaargroei volumes werden berekend.

Vanaf januari 2023 is er een complete revisie van de publicatie systematiek van CertiQ in gang gezet, inmiddels gecontinueerd onder de regie van rechtsopvolger VertiCer.

CertiQ heeft op basis van diverse opmerkingen van Polder PV over deze problematiek destijds stelling genomen met belangrijke achtergrond informatie over de totstandkoming van hun cijfers.

Zie ook aangescherpte voorwaarden voor correcte invoer van installaties voor de VertiCer databank, gericht aan netbeheerders en meetbedrijven (bericht 6 september 2023). Hierbij is, voor meetprotocol-verplichte installaties achter grootverbruik aansluitingen (incl. alle SDE gesubsidieerde installaties), de datum van ondertekening van het meetprotocol door de producent gelijk aan de ingangsdatum van zijn productie-installatie, volgens de documentatie van VertiCer.

Het overzicht met de eerste cijfers voor mei 2024 verscheen in de nieuwe, drastisch gewijzigde vorm op de website van VertiCer, na het weekend, op juni 2024. Referenties naar eerder verschenen historische data zijn uiteraard impliciet als CertiQ gegevens geanalyseerd, in oudere analyses.


2. Evoluties basis parameters

2a. Evolutie van drie basis parameters gecertificeerde PV-installaties VertiCer juli 2021 - mei 2024

In deze grafiek, met de meest recente actuele en gewijzigde data uit de mei 2024 rapportage van VertiCer, en deels oudere data uit de CertiQ updates, de stand van zaken vanaf juli 2021 tm. mei 2024. De blauwe kolommen geven de ontwikkeling van de aantallen installaties weer (ref.: rechter Y-as), voorlopig culminerend in 34.907 exemplaren, begin juni 2024. Wat, wederom, een negatieve groei weergeeft van 45 projecten** t.o.v. de status, eind april 2024 (gereviseerd, 34.952 exemplaren). Wel is er, t.o.v. het ook weer herziene eindejaars volume van 2022, netto bezien in kalenderjaar 2023 een groei geweest van 951 projecten in het gecombineerde VertiCer / CertiQ bestand. Wat bijna 63% minder is dan de groei in 2022 (licht gereviseerd: 2.557 nieuwe projecten genoteerd; voor de half-jaar volumes, zie ook nieuwe half-jaar grafiek verderop). Diverse historische data zijn wederom gewijzigd t.o.v. de april update. Zo is de stand van zaken voor eind (december) 2022 inmiddels 33.992 projecten, in de vorige rapportage waren dat er nog 33.990.

In de gele kolommen (ref. rechter Y-as, in MWp) de bijbehorende geaccumuleerde gecertificeerde PV-capaciteit, die begin juni 2024 weer is toegenomen, naar 12.384,817 MWp. Wat, t.o.v. de weer aangepaste status voor eind april, weer een positieve groei inhoudt (revisie april 12.186,396 MWp), maar nog steeds duidelijk minder is dan de status van 13,4 GWp in februari. Dit kan uiteraard nog steeds / wederom substantieel gaan wijzigen in komende updates, zoals ook in alle vorige exemplaren is geschied. Afhankelijk van komende revisies van historische cijfers, lijkt de 10 GWp in dit grote PV dossier, in ieder geval inmiddels ergens begin januari 2023 te zijn gepasseerd.

Deze ronduit opmerkelijke, forse wisselingen in de netto (overgebleven) volumes aan het eind van de laatste maanden, heeft uiteraard ook gevolgen gehad voor de systeemgemiddelde capaciteit, die eind maart weer flink lager is geworden, waar dit begin 2024 nog een opvallende tóename was (groene curve). Na deze terugval, is in mei het gemiddelde weer wat toegenomen.

Eind 2022 is de geaccumuleerde capaciteit inmiddels op een niveau gekomen van 9.821,2 MWp. In het eerste flink gewijzigde januari rapport voor 2023 was dat nog 9.409,3 MWp. Voor EOY 2022 is sindsdien dus alweer bijna 412 MWp / 4,4% meer volume bijgeschreven dan oorspronkelijk gerapporteerd. Het is goed om deze flink opgelopen verschillen voor reeds "lang" verstreken jaren op het netvlies te blijven houden, want dit gaat natuurlijk ook geschieden met de cijfers voor 2023, én voor de data voor 2024.

Groei 2023 t.o.v. 2022 volume

Met de huidige, gereviseerde cijfers, is de voorlopige groei in het hele kalenderjaar 2023 2.404 MWp geweest. Dat lijkt, in grote tegenstelling tot eerdere maandrapportages door Polder PV (in december 2023 rapportage nog slechts een jaar-aanwas van 1.298 MWp!), nu juist op een behoorlijke marktgroei te wijzen, t.o.v. de jaarlijkse aanwas in 2022, zelfs al weten we dat alle cijfers nog steeds regelmatig zullen worden bijgesteld. In dezelfde periode in 2022 was het - nu weer licht aangepaste - groei volume namelijk ruim 1.974 MWp. De toename in 2023 is tot nog toe dus 21,8% hóger dan het nu bekende nieuwe volume in 2022 (in de update van december 2023 was het nog 34% láger!). Bij de aantallen nieuwe projecten was juist een zeer hoge netto negatieve groei vast te stellen uit de huidige cijfers (minus 63%). Deze combinatie is op zijn zachtst gezegd, "hoogst curieus", als je niet beter zou weten hoe deze cijfers tot stand komen.

In de groene curve is de uit voorgaande parameters berekende systeemgemiddelde capaciteit voor de gehele, overgebleven gecertificeerde populatie PV-projecten bij VertiCer, in kWp (referentie linker Y-as) weergegeven. Dit blijft door de bank genomen almaar toenemen, en is sedert eind 2022 verder gegroeid, van 289 naar 350 kWp, eind vorig jaar. In januari - februari 2024 nam dit fors toe, naar 380 resp. ruim 384 kWp. Eind maart nam dit echt weer stevig af, vanwege de toen doorgevoerde, forse neerwaartse capaciteits-bijstelling, en eindigde voorlopig op 354 kWp gemiddeld. In april daalde dit naar 348 kWp, en in mei steeg het weer naar 355 kWp. Ook dit niveau kan bij latere data bijstellingen weer wijzigen, zowel in negatieve, als in positieve zin.

Links in de grafiek vindt u ook de meest recent bekende EOY cijfers voor 2021 weergegeven. Die zijn net als in de vorige update stabiel gebleven, 31.435 projecten, respectievelijk, 7.847,1 MWp. Deze data zijn belangrijk voor de vaststelling van de aangepaste jaargroei cijfers voor 2022, zie paragraaf 3d. Het ziet er niet naar uit dat er dit jaar nog substantiële wijzigingen in die eindejaars-cijfers zullen komen, op zijn hoogst marginale aanpassingen.

** Beter: "het netto overblijvende nieuwe volume, wat het verschil is tussen de (niet qua volume geopenbaarde) uitschrijvingen en de volumes aan nieuwe inschrijvingen".

2b. Evolutie van drie basis parameters gecertificeerde PV-installaties VertiCer EOY 2009 - 2023

Ik geef hieronder de begin 2023 volledig gereviseerde grafiek met de evolutie van de eindejaars-accumulaties weer, waarbij alleen de nu bekende weer gewijzigde cijfers in het mei 2024 rapport van VertiCer, voor de jaren 2021 tm. 2023, zijn opgenomen. Alle oudere data zijn ontleend aan eerder gepubliceerde CertiQ updates. Waarvan nog geen eventuele herziening bekendgemaakt is na 1 maart 2023. De cijfers voor 2023 en 2024, achteraan toegevoegd, zijn uiteraard nog zeer voorlopig en kunnen nog behoorlijk gaan wijzigen in komende updates (gearceerde kolommen, status eind mei 2024).

De tweede grafiek in deze sectie geeft niet de maandelijkse progressie (paragraaf 2a), maar de evolutie van de eindejaars-accumulaties van 2009 tm. 2023, en de huidige status in 2024 (achteraan) weer, met alle ondertussen weer gewijzigde data in de huidige VertiCer update. De opbouw van de grafiek is vergelijkbaar met die voor de laatste maand-cijfers, maar om alle data in 1 grafiek te krijgen zonder extreme verschillen, is de Y-as voor alle drie de parameters hier logarithmisch gekozen. Het aantal installaties is fors toegenomen, van 3.767 exemplaren, eind 2009, naar, inmiddels, 33.992, eind 2022, resulterend in een Compound Annual Growth Rate (CAGR) van gemiddeld 18,4% per jaar in 2009-2022. Eind december 2023 staat de teller alweer op 34.943 projecten; de CAGR voor de periode 2009-2023 heeft, met de nog zeer voorlopige data voor met name 2023, een gemiddelde van 17,2% per jaar.

Bij de capaciteits-ontwikkeling is het echter nog veel harder gegaan. Deze nam toe van 18,7 MWp, eind 2009, tot alweer 9.821,2 MWp, eind 2022. Resulterend in een byzonder hoge CAGR, van gemiddeld 61,9% per jaar (!). Wel begint er, voorstelbaar, na zo'n langdurige, spectaculaire groei periode, een afvlakking zichtbaar te worden in de expansie. Wat veel te maken heeft met overal optredende problemen met beschikbare netcapaciteit, gestegen project kosten, beschikbaar personeel, etc. Eind december 2023 is de capaciteit fors doorgegroeid naar een voorlopig volume van 12.225,6 MWp, resulterend in een nog zeer voorlopige, doch hoge CAGR van gemiddeld 58,9% per jaar, in de periode 2009-2023. Hierbij moet ook worden vermeld, dat het eindejaars-cijfer voor 2023 fors is bijgesteld in eerdere updates van VertiCer. Vermoedelijk is er toen veel capaciteit bijgeschreven na de nodige vertragingen in de administratieve verwerking ervan.

Historische bijstellingen

Dat de cijfers in de databank behoorlijk worden bijgesteld, bezien over een langere periode, laten de nu actuele eindejaars-cijfers voor 2021 weer goed zien. Die zijn ongewijzigd t.o.v. de voorgaande update, namelijk 31.435 installaties, en een verzamelde capaciteit van 7.847,1 MWp. In het "klassieke" maandrapport voor (eind) december 2021, alsmede in het gelijktijdig verschenen eerste jaaroverzicht, waren die volumes nog maar 30.549 installaties, resp. 7.417,8 MWp. In de laatste cijfer updates zijn de verschillen t.o.v. de oorspronkelijke, "klassieke" maandrapport opgaves van, destijds, CertiQ, derhalve, opgelopen tot 2,9% (aantallen), resp. bijna 5,8% (capaciteit). Uiteraard hebben deze continu voorkomende bijstellingen ook gevolgen voor de uit de EOY cijfers te berekenen jaargroei volumes (YOY).

Helemaal rechts in de grafiek zijn ook de nog zeer premature cijfers voor eind mei 2024 getoond, 34.907 installaties, met 12.385 MWp. Daar komt nog heel veel volume bij, en ook de data voor de eerste maanden zullen nog flink worden bijgesteld.

Uit voorgaande twee parameters werd door Polder PV weer de gemiddelde systeem-capaciteit aan het eind van elk kalenderjaar berekend (groene curve in bovenstaande grafiek). Ook deze nam spectaculair toe, van slechts 5,0 kWp, eind 2009 (bijna uitsluitend kleinere residentiële installaties), tot alweer 349,9 kWp, eind 2023 (bestand VertiCer inmiddels gedomineerd door duizenden middelgrote tot zeer grote projecten incl. zonneparken). Een factor 70 maal zo groot, in 14 jaar tijd. Wat de enorme schaalvergroting in de projecten sector goed weergeeft.


3. Maandelijkse, kwartaal-, half-jaar- en jaarlijkse toenames aantallen en capaciteiten bij VertiCer

3a. Maandelijkse toenames van aantallen en capaciteit van gecertificeerde PV-installaties VertiCer augustus 2021 - mei 2024

Ook al moet ook bij deze grafiek de waarschuwing, dat de cijfers nog lang niet zijn uitgekristalliseerd, en we nog de nodige bijstellingen kunnen verwachten, de trend bij de nieuwe (netto) aantallen projecten door VertiCer, en rechtsvoorganger CertiQ, geregistreerd van maand tot maand, laten, ook in de huidige versie van mei 2024, een zeer duidelijke afkoeling van de PV-projectenmarkt zien sedert de zomer van 2021. Werden er in januari 2022 nog netto 385 nieuwe gecertificeerde PV-projecten bijgeschreven, is dat in de rest van het jaar al zeer duidelijk minder geworden, en vanaf augustus dat jaar zelfs zeer sterk "afgekoeld". Met wat ups en downs, is het laagste volume in dat jaar voorlopig bereikt in november 2022, met, inmiddels, 98 (netto) nieuwe installaties. Daarna veerde het weer even op, daalde stapsgewijs, leidde tijdelijk tot negatieve groei cijfers in augustus 2023 en vervolgens weer positieve groei in september tm. december. De eerste 2 maanden van 2024 laten nu nog negatieve groei cijfers zien, in maart en april is dat alweer omgeslagen in positieve groei. Het eerste aanwas cijfer voor mei is nu nog 45 netto exemplaren negatief.

Eerder getoonde negatieve groeicijfers voor 2023 zijn inmiddels, zoals gebruikelijk, omgezet in positieve aanwas, a.g.v. de voortdurend wijzigende historische cijfers in de VertiCer bestanden. Dit zal ongetwijfeld ook volgen voor de maanden waar op dit moment nog negatieve groeicijfers van bekend zijn. In de huidige update zijn in totaal voor 14 maanden de waarden inmiddels weer aangepast sinds het exemplaar tm. april 2024. De oudste (kleine) wijziging was ditmaal voor oktober 2022 (1 extra project toegevoegd), in dat jaar zijn voor 2 maanden de data weer gewijzigd, en in 2023 zijn er voor 8 van de 12 maanden weer nieuwe cijfers vastgesteld. De groei in januari tm. april 2024 is ook weer bijgesteld, in opwaartse richting. De netto aanwas in de eerste 2 maanden was "minder negatief" dan in het vorige, april rapport. Voor maart en april was er een omslag van netto negatieve naar netto positieve groei. Mei 2024 start met een nu nog negatieve aanwas van -45 installaties.

Al zal de nu nog vastgestelde "negatieve netto groei" in augustus 2023, januar, februari en mei 2024 beslist ook nog in positieve zin ombuigen in latere updates, zoals in het recente verleden is geschied, de trend is bij de aantallen onmiskenbaar: er worden, netto bezien, nog maar relatief weinig netgekoppelde projecten bijgeschreven bij VertiCer, per maand. Een van de belangrijkste redenen zal zijn, dat er een toenemend aantal uitschrijvingen uit de databank van de Gasunie/TenneT dochter is begonnen, die de instroom (tijdelijk) afremt of zelfs overvleugelt. Waarschijnlijk is de oorzaak de beginnende uitval van de oudste onder SDE 2008 resp. 2009 gesubsidieerde kleine projectjes, die immers 15 jaar subsidie konden genieten. We moeten gaan zien hoe het verloop bij de aantallen zich ontwikkelt, nu de subsidie termijn voor de eerste projecten aan het aflopen is. Uiteraard betekent uitschrijving uit de VertiCer databank verder beslist niet dat de betreffende projecten fysiek zijn, of worden verwijderd. Ze kunnen nog vele jaren lang met een aardig rendement worden ge-exploiteerd door de eigenaren, zonder SDE-gerelateerde inkomsten. Hier is byzonder weinig zicht op, cijfers over het al of niet verder exploiteren van deze oudere projecten ontbreken in het geheel in statistiek moeras Nederland.

Een vergelijkbare grafiek als voor de aantallen (vorige exemplaar), maar ditmaal de ermee gepaard gaande netto maandelijkse toename (of zelfs tijdelijk zelfs afname) van de capaciteit van gecertificeerde PV-projecten, in MWp. De evolutie laat een nogal afwijkend beeld van dat bij de aantallen zien, met sterk fluctuerende verschillen tussen de maanden onderling. Ook deze kunnen uiteraard naderhand nog worden bijgesteld. De "netto negatieve groei" in september 2022, al gesignaleerd in het januari 2023 rapport, is uiteindelijk in latere updates in ieder geval omgeslagen in "normale, positieve groei", van, inmiddels, 74,1 MWp.

Bizarre nieuwe pieken voor eerste maand in jaren 2023 en 2024

Wel is er, zoals al bij de eerst-rapportage gemeld (jan. 2024 rapport), een exceptioneel "verschijnsel" zichtbaar voor de maand januari 2023. Die maand had al lang de hoogste "piekwaarde" ooit meegekregen, en is in veel latere maandrapportages continu bijgeplust, tot het in het december 2023 rapport een al zeer hoog volume bereikte van 432,6 MWp. In het "klassieke" CertiQ december rapport van 2022 was nog een zeer hoge november piek zichtbaar bij de capaciteit. Het lijkt er op, dat een groot volume daarvan naar het begin van het nieuwe jaar is geschoven (de vermoedelijke feitelijke datum van netkoppeling). Ook in januari 2022 zagen we eerder al een "nieuw-jaars-piek", maar die is duidelijk kleiner, inmiddels neerkomend op 306,7 MWp nieuw volume (ongewijzigd in de laatste updates).

In de rapportage van januari 2024 is dat al hoge volume opeens extreem opgehoogd naar 770,2 MWp, en is dat momenteel enigszins gestabiliseerd op 770,9 MWp in de huidige mei 2024 update (buiten de hier weergegeven Y-as vallend).

Tweede extreme groei piek & "negatieve pieken"

En dat is nog niet alles, want hetzelfde is geschied met het nieuwe volume voor januari 2024. Dat was in de update voor die maand nog een negatieve groei van -84,6 MWp. In de februari 2024 rapportage sloeg dat in een keer om in een "record positieve aanwas" van 973,2 MWp, wat in een vorige rapportage verder is opgehoogd naar 990,9 MWp (!), en in de voorlaatste en de huidige gestabiliseerd. Een onwaarschijnlijk hoog volume waar Polder PV, net als bij de vorige piek voor januari 2023, geen plausibele verklaring voor heeft. Ik heb in een rood omkaderd venster aangegeven dat het bij beide maandgroei pieken om "uitzonderlijke" volumes gaat.

Voor februari 2023 was er aanvankelijk een magere positieve groei van 28,1 MWp positief. Deze sloeg echter in de maart rapportage in dat jaar om in een enorme negatieve bijstelling van 316,1 MWp negatief (!), bij een netto aanwas van 65 nieuwe projecten. In de april 2023 update was er een marginale opwaartse correctie naar 312,3 MWp. In de rapportages voor mei 2023 tm. mei 2024 is de negatieve "groei" verder fors geslonken naar, inmiddels, minus 205,0 MWp.

In een vorige rapportage (maart 2024) heeft dit proces zich herhaald, voor de eerste rapportage van het groeicijfer voor die maand. Terwijl de groei in februari evolueerde van een "bescheiden" negatieve 11,7 MWp naar een inmiddels "normale" positieve 166,8 MWp, kwam maart opeens met een record negatief groei volume van -1.140,9 MWp (!). Dat is in de huidige, mei 2024 update, weliswaar verminderd, maar is nog steeds sterk negatief (-1.077,1 MWp). Ook deze extreme netto negatieve groei is zeer slecht verklaarbaar, of er moeten weer dramatische wijzigingen in de status van de administratie bij VertiCer hebben plaatsgevonden.

Het eerste beschikbare "groei" cijfer voor april 2024 was ook negatief, maar niet zo extreem als in de voorgaande maand, -218,5 MWp. Dit is inmiddels weer minder sterk negatief geworden, in het mei rapport neerkomend op een negatieve aanwas van -170,5 MWp. De verwachting is dat dit volume nog behoorlijk "opwaarts" aangepast zal gaan worden.

Mei 2024 verraste weer, doordat het eerst gepubliceerde aanwas volume meteen al fors positief was, netto 198,4 MWp.

Zoals al vaker gemeld, kunnen de redenen voor zulke, soms aanzienlijke bijstellingen, en, meestal tijdelijk, zelfs fors negatieve netto groei cijfers, zeer divers zijn, zoals destijds gerapporteerd door CertiQ na vragen van Polder PV daar over (artikel 16 januari 2023). Mogelijk zijn er forse correcties doorgevoerd van foutieve opgaves, al zullen we nooit weten wat precies de oorzaken zijn geweest van deze, hoge impact hebbende, merkwaardige data updates.

Zeer forse wijzigingen in VertiCer data

In het tabelletje hier onder heb ik, voor 2023, en voor januari tm. mei 2024, de wijzigingen tussen de oorspronkelijk gepubliceerde groeicijfers per maand en de huidige, meest recent bekende weergegeven, waar duidelijk de forse veranderingen uit blijken die in het VertiCer dossier worden doorgevoerd, in de loop van de tijd. Achteraan cursief weergegeven = wijziging sedert update april 2024:

  • januari 2023 354,4 MWp >>> 770,9 MWp (!)
  • februari 2023 28,1 MWp >>> -205,0 MWp (!)
  • maart 2023 197,4 MWp >>> 224,7 MWp
  • april 2023 -15,4 MWp >>> 195,3 MWp (!)
  • mei 2023 -0,2 MWp >>> 161,4 MWp
  • juni 2023 -0,7 MWp >>> 123,2 MWp
  • juli 2023 -14,6 MWp >>> 69,3 MWp
  • augustus 2023 -25,5 MWp >>> 129,3 MWp (!)
  • september 2023 -41,6 MWp >>> 218,5 MWp (!)
  • oktober 2023 82,7 MWp >>> 225,1 MWp
  • november 2023 -60,2 MWp >>> 147,1 MWp (!)
  • december 2023 -52,5 MWp >>> 343,0 MWp (!)

  • januari 2024 -84,6 MWp >>> 990,9 MWp (!)
  • februari 2024 -11,7 MWp >>> 166,8 MWp
  • maart 2024 -1.140,9 MWp (!) >>> -1.077,1 MWp (!)
  • april 2023 -218,5 MWp (!) >>> -170,5 MWp
  • mei 2024 198,4 MWp (!) >>> ?

In de huidige update zijn voor in totaal 12 maanden de nieuwe capaciteit volumes inmiddels weer, allemaal opwaarts, aangepast sinds het exemplaar tm. april 2024, 2 voor 2022, en 7 van de 12 maanden in 2023 kregen nieuwe cijfers. De capaciteit voor februari tm. april 2024 zijn (ook) weer aangepast, zoals in het staatje hierboven getoond.

Als we de nieuwe maandvolumes voor 2022 optellen, komen we inmiddels op een groei uit van 1.974 MWp. Voor 2023 was de groei in een recente update nog maar 1.298 MWp (en daarmee fors lager dan 2022), maar mede door de bizarre toename in januari, en de daar op volgende extra wijzigingen, is de jaargroei voor 2023 inmiddels zeer fors bijgesteld, naar momenteel 2.403 MWp (door afrondingen iets afwijkend van de uit de EOY cijfers afgeleide jaargroei), wat inmiddels alweer 21,7% hoger is, dan in 2022. Bij de aantallen was er een fors negatief verschil, bijna 63% minder netto nieuwe projecten in 2023 (951), dan de 2.557 stuks in 2022.

Deze twee trends bij elkaar nemend, en accepterend dat er ook wegval van waarschijnlijk met name kleine oude installaties uit het VertiCer register zal zijn geweest, lijkt de hogere jaargroei bij de capaciteit in 2023 nog steeds slecht te rijmen, met het gering aantal overgebleven nieuwe aantal projecten, in vergelijking tot de situatie in 2022. We zullen moeten afwachten, of toekomstige cijfers over deze 2 kalenderjaren meer klaarheid in deze vreemde situatie zullen gaan geven. En anders moeten we, als meest waarschijnlijke oorzaak, accepteren, dat de flinke terugval in aanwas cijfers bij de aantallen, grotendeels veroorzaakt wordt door wegval van (SDE gesubsidieerde) kleine installaties, en dat alleen nog maar grote(re), inclusief nieuw toegevoegde, projecten overblijven, die een zwaar stempel op de nieuwe, en de geaccumuleerde capaciteit zullen zetten.

3b. Kwartaal groeicijfers QIV 2021 - QII* 2024

In een eerdere update heb ik de kwartaal cijfers weer van stal gehaald en in grafiek weergegeven tm. de toen net "volledig", geworden cijfers voor de kwartalen QIV 2021 tot en met QI 2023. In het huidige exemplaar heb ik de soms weer licht gewijzigde data gebruikt, en nog lang niet definitief vastgestelde, ook aangepaste resultaten voor QII 2023 - QII 2024 rechts toegevoegd. Met name de volumes van de meest recente kwartalen zullen nog flink wijzigen, gezien de continue wijzigingen in door Polder PV bijgehouden data historie van VertiCer en haar rechts-voorganger CertiQ.

Wederom met bovengenoemde disclaimer in het achterhoofd, waardoor de verhoudingen tussen kwartalen onderling dus ook nog lang niet vaststaan (deze zijn sowieso al fors gewijzigd in recente updates), lijkt een conclusie wel al duidelijk getrokken te kunnen worden: Met name de aantallen netto nieuw geregistreerde PV projecten per kwartaal, zijn sinds het laatste kwartaal van 2021 in globale zin stapsgewijs beduidend afgenomen. Het aantal nieuwe projecten per kwartaal is afgenomen van, momenteel, 902 exemplaren in QIV 2021, tot nog maar 424, met de nu bekende cijfers, voor QIV 2022, iets toegenomen naar 440 exemplaren in het eerste kwartaal van 2023, waarna het een bodem bereikte in QIII 2023 (32 netto nieuwe exemplaren). QIV 2023 zit momenteel op een plus van 258 nieuwe projecten. QI 2024 vertoont, mede door de bizarre negatieve groei in maart, een netto negatieve aanwas van -24 projecten. De eerste 2 maanden uit QII 2024 laten een netto negatieve groei van 12 projecten zien, wat ongetwijfeld nog fors bijgesteld zal gaan worden.

Bij de nieuwe gerapporteerde netto capaciteit is het verhaal compleet anders, wat vooral is veroorzaakt door de eerder gesignaleerde "excessieve" extra netto groei voor januari 2023 en 2024.

Het netto volume per kwartaal nam even toe, van, momenteel, 557 MWp in QIV 2021, naar 627 MWp, in QI 2022, maar is daarna ook, gemiddeld genomen, enkele kwartalen minder geworden. Om een voorlopig dieptepunt te bereiken in QIV 2022, met 369 MWp netto nieuw gerapporteerd volume, gebaseerd op de huidige cijfers.

En toen kwam de "grote verrassing", QI 2023 telde in een vorige update nog 449 MWp nieuw volume, maar dat is, met name door de zeer hoge toevoeging in januari 2023, en de volgende updates, nu alweer 792 MWp, wat nu ruim 26% hoger zou zijn dan de groei in QI in 2022 (627 MWp). Voor de aanwas in QII 2023 geldt momenteel een netto groei van 480 MWp, waar later waarschijnlijk nog e.e.a. aan zal gaan wijzigen, vermoedelijk in positieve zin. Het niveau is daarmee momenteel gestegen naar bijna 98% van de 491 MWp in QII 2022, en kan dus, in theorie, een iets grotere omvang gaan bereiken, als er later nog veel volume aan wordt toegevoegd. De nog premature aanwas in QIII 2023 is inmiddels al toegenomen tot 417 MWp in de plus, al is dat nu nog maar 85% van het nieuwe netto volume in QIII 2022 (488 MWp).

Voor het laatste kwartaal van 2023 is het totale volume, al flink toegenomen in de januari 2024 update, in de versie van mei 2024 verder gegroeid, naar momenteel 715 MWp. Dit is al een opvallende 94% hóger, dan de 369 MWp in QIV 2022, en met nog latere updates aan toevoegingen te verwachten.

De tweede grote verrassing zien we bij de eerste, nog zeer voorlopige resultaten voor QI 2024. Januari was in een vorige rapportage extreem in positieve zin bijgesteld, maart vertoonde een record negatieve groei, en ook in april was de groei negatief. Met de opvolgende extra bijstellingen, is het voorlopige tussen-resultaat voor het hele kwartaal voorlopig een nog bescheiden "negatieve groei" van -24 MWp. Een dramatisch verschil met de 792 MWp netto (positieve) groei in QI 2023...

Het tweede kwartaal van 2024 start met een negatieve groei, maar die is nog maar de helft van die in het voorgaande kwartaal (-12 MWp, voor de eerste 2 maanden), ook daar zal nog veel aan gaan wijzigen.

Hoe eventuele verdere wijzigingen bij de capaciteit van gecertificeerde projecten zal gaan verlopen blijft gezien bovenstaande elke keer weer spannend. Mede gezien de verbazingwekkend hoge groeicijfers in 2023, bij Liander, zoals in een recente analyse in detail besproken op Polder PV.

Voor de evolutie van de gemiddelde systeem omvang (per maand), zie ook de grafiek onder paragraaf 2a.

3c. Halfjaarlijkse toenames van aantallen en capaciteit van gecertificeerde PV-installaties VertiCer 2022-2024 HI

Omdat een tijdje geleden de eerste resultaten voor het 1e half-jaar van 2023 beschikbaar waren gekomen, en alweer gewijzigd, heb ik in een vorige analyse ook weer de "half-jaar grafiek" van stal gehaald. Die had ik voor het laatst gepubliceerd op basis van de oude CertiQ data in het bericht van 9 januari 2023. Het huidige exemplaar bevat echter alleen de laatst bekende resultaten gebaseerd op de compleet gereviseerde publicatie systematiek bij VertiCer. De (aangepaste) cijfers voor de tweede jaarhelft van 2021 zijn niet volledig bekend, vandaar dat we nu nog slechts de resultaten vanaf de 1e jaarhelft van 2022 kunnen laten zien, tm. de eerste "complete" cijfers voor HII 2023 (tm. december), en de nog zéér voorlopige eerste resultaten voor HI 2024, waarvoor we ongetwijfeld nog de nodige aanvullingen, en forse bijstellingen kunnen verwachten (gearceerde kolommen).

Ook uit deze nog zeer voorlopige halfjaarlijkse groei cijfers blijkt een duidelijke afname van het aantal (overgebleven) projecten in het VertiCer dossier, wat waarschijnlijk heeft te maken met verwijderde kleine projectjes waarvan de oudste SDE beschikkingen zijn vervallen, danwel actief uitgeschreven bij VertiCer. Bij de aantallen projecten nam de bij VertiCer geregistreerde half-jaarlijkse netto aanwas af, van 1.523 nieuwe projecten in HI 2022, via 1.034 stuks in HII 2022 (32% minder), naar nog maar een (voorlopige) groei van slechts 661 nieuw in HI 2023. Wederom 36% minder. De tweede jaarhelft van 2023 heeft nog maar 290 netto nieuwe projecten (-56%), maar daar zal waarschijnlijk nog wel het nodige aan gaan wijzigen. Achteraan vinden we (gearceerd) de eerste resultaten voor de eerste jaarhelft van 2024, met nog slechts zeer voorlopige data, een netto negatieve groei van -36 installaties in de eerste 5 maanden, en nog veel addities en wijzigingen te verwachten.

Bij de capaciteit is het beeld compleet anders (geworden, in de meest recente updates), en is er zelfs een aardige opleving te zien in beide jaarhelften van 2023. Met de huidige bekende cijfers 1.118 MWp nieuw in HI 2022, 856 MWp in HII 2022 (ruim 23% minder), en, vanwege de bizarre, eerder al besproken toename in 1 maand (jan. 2023), nu alweer 1.272 MWp nieuwe capaciteit in HI 2023, bijna 49% méér dan in HII 2022 (in de update van december 2023 was dit volume nog 923 MWp).

De tweede jaarhelft van 2023 geeft, met de netto groei van, momenteel alweer 1.132 MWp, al een fors hoger volume te zien dan in eerdere recente updates, en laat momenteel dan ook alweer een 32% hoger volume zien, dan de aanwas in HII 2022. Voor het eerste half-jaar van 2024 zijn de data uiteraard nog zeer fluïde, na de grote positieve groei in het februari rapport, gevolgd door een licht negatieve groei van 5 MWp in de maart rapportage, de fors negatieve groei in april, en een opvallend positieve toename in mei. Het voorlopige resultaat voor de eerste vijf maanden is nu nog een negatieve aanwas van -12 MWp. Het zal nog wel even gaan duren voordat er beter zicht komt op de (definitieve) groeicijfers voor de half-jaren, met name voor de recente jaargangen.

Mogelijk wordt de trend van véél minder netto overgebleven (want: deels bij VertiCer uitgeschreven) aantallen installaties, en nog steeds relatief hoge groeicijfers voor de capaciteit, nog verder versterkt, doordat er regelmatig kleinere projecten worden uitgeschreven bij VertiCer (zie tabellen onder paragraaf 5), terwijl de overblijvende (en nieuwe) projecten in de bestanden gemiddeld genomen zelf al veel groter zijn dan de oude (deels zelfs residentiële) kleine installaties.

3d. Jaarlijkse toenames van aantallen en capaciteit van gecertificeerde PV-installaties VertiCer YOY 2009 - 2023*

Wederom naar analogie van de grafiek voor de eindejaars-volumes, ditmaal de daar uit afgeleide jaargroei cijfers volgens de laatste data update van VertiCer, in bovenstaande grafiek (alle drie parameters met referentie de rechter schaal, logarithmisch weergegeven). Omdat de langjarige historie in de rest van 2023 en de eerste maanden in 2024 geen update meer heeft gehad bij CertiQ, noch in de huidige update van de hand van VertiCer, is de grafiek samengesteld uit de (gereviseerde) data beschikbaar in de update van 1 maart 2023, tot en met het jaar 2020 (toen nog bij CertiQ gepubliceerd). En zijn de data voor 2021**, 2022**, en 2023*, toegevoegd, gebruikmakend van de huidige update van de data tm. mei 2024, zoals geopenbaard door rechtsopvolger VertiCer. De grafiek toont dus de huidige situatie, met de laatst beschikbare bron-cijfers. Mochten toekomstige "historische" jaarcijfers alsnog wijzigen, en wereldkundig worden gemaakt, zullen die in latere updates worden toegevoegd aan deze grafiek.

Goed is te zien dat er een duidelijk verschil is in de trend bij de nieuwe jaarlijkse aantallen installaties (blauwe kolommen) en bij de nieuwe capaciteit per jaar (gele kolommen). Bij de aantallen beginnen we op een hoog niveau van 3.765 [overgebleven † !] nieuwe installaties in 2009, het gevolg van de enkele duizenden grotendeels particuliere kleine SDE beschikkingen die in de eerste jaren van de SDE (2008 tm. 2010) werden opgeleverd. Die bron droogde al snel op omdat particuliere installaties de facto uit de opvolger regelingen werden gedwongen (eis minimaal 15 kWp, later ook nog verplicht grootverbruik aansluiting), en zakte de hoeveelheid nieuwe installaties dan ook stapsgewijs naar het dieptepunt van 259 nieuwe projecten in 2014. Daarna zwol het jaarlijkse volume weer aan door een lange reeks van (deels) succesvol geïmplementeerde SDE "+" beschikkingen, tot een voorlopig maximum van 5.503 nieuwe projecten in Corona jaar 2020.

Daarna is, zelfs met grote hoeveelheden nieuw beschikte projecten onder de SDE "++" regimes, het tempo weer fors afgenomen, ook vanwege massieve wegval van beschikte projecten, waar met name de wijdverspreide net-problemen een belangrijke (maar niet de enige) oorzaak van zijn. In 2021 en 2022 zijn met de recentste cijfers nu netto 3.885, resp. 2.557 nieuwe projecten toegevoegd. Dat laatst bekende volume voor 2022 is ruim 46% van het record niveau in 2020.

In 2023 is nog maar een zeer beperkt volume van 951 (netto) nieuwe projecten bekend (gearceerde blauwe kolom achteraan). Hier kan nog het nodige aan wijzigen, in de te verwachten maandelijkse cijfer updates later in 2024.

Capaciteit andersoortige trend

Bij de capaciteit is de jaarlijkse aanwas in de beginjaren relatief "stabiel" geweest, met wat kleine op- en neerwaartse bewegingen, van 18,7 MWp nieuw in 2009, tijdelijk zakkend naar 13,0 MWp nieuw volume in 2010, nog eens 4 jaar iets boven dat niveau blijvend, om vanaf 2015 sterk te stijgen. Dat was in het begin vooral vanwege de implementatie van de toen succesvolle SDE 2014 regeling. Er werd elk jaar weer meer capaciteit toegevoegd, tot een maximum van 2.436,9 MWp, wederom in het Corona jaar 2020. Maar ook de nieuwe capaciteit begon in de jaren 2021-2022 duidelijk af te nemen, al was het op een veel minder dramatisch niveau.

In 2021 was het nieuwe netto volume nog 2.007,4 MWp, dat is in 2022 momenteel nog maar 1.974,2 MWp met de bekende cijfers in de huidige update. Dat is voor 2022, met 81% van het maximale nieuwbouw volume in 2020, in ieder geval beduidend beter dan de flinke terugval bij de (netto) aantallen nieuwe projecten (46%). Met, uiteraard, de blijvende disclaimer, dat ook deze jaargroei cijfers nog niet "in beton zijn gegoten", en nog verder kunnen wijzigen. Opvallend blijft in ieder geval, dat met de laatste updates, het jaargroei volume voor de capaciteit in 2022 steeds dichter is toegekropen naar dat van het voorgaande jaar. Het verschil is momenteel nog maar ruim 33 MWp (vorige rapportage 37 MWp).

In 2023 is inmiddels, vooral vanwege de eerder besproken, bizar hoge toevoeging in januari dat jaar, een netto volume bijbouw van 2.404,4 MWp geconstateerd (enkele updates hiervoor was dat nog slechts 1.223 MWp!). Dat is nu dus al hoger dan de nu bekende groei in zowel 2021 en 2022, en begint zelfs al dicht in de buurt te komen van de tot nog toe vastgestelde record groei in Corona jaar 2020 (99%). Met de huidige stand van zaken zou de jaargroei in 2023 dus al bijna 22% hoger hebben gelegen dan de aanwas in 2022. We hebben echter ook gezien dat data regelmatig (flink) worden bijgesteld, dus de verhouding van de jaargroeicijfers in deze 3 jaren ligt beslist nog niet vast.

Gemiddelde project omvang

Wederom heb ik, uit deze uit de eindejaars-data afgeleide jaargroei cijfers, uiteraard ook weer de gemiddelde systeemcapaciteit van de nieuwe aanwinsten per jaar berekend, en getoond in de groene curve in bovenstaande grafiek (vermogen in kWp gemiddeld per nieuwe installatie). Deze vertoont, na een lichte inzinking tussen 2009 en 2010, een zeer sterke progressie, van 5,0 kWp bij de nieuwe projecten in 2009, tot alweer 772 kWp gemiddeld per nieuw project in 2022. Een factor 155 maal zo groot, in 13 jaar tijd. Deze enorme schaalvergroting, sterk gedreven door de oplevering van honderden zonneparken en enorme distributiecentra bomvol zonnepanelen op de uitgestrekte platte daken, is een van de belangrijkste oorzaken, van de nieuwe realiteit bij de stroomvoorziening in Nederland: de overal zichtbaar wordende netcongestie, met name op de middenspannings-netten. Wat uiteraard ook zijn weerslag heeft gekregen op de progressie van de uitbouw van de gecertificeerde nieuwe volumes in de VertiCer databank: die is sterk aan het vertragen. En slechts met moeite "op niveau" te houden.

Voor 2023 is een sterke toename van de gemiddelde capaciteit zichtbaar, naar inmiddels 2.528 kWp per project (!). Echter, omdat deze maatvoering van 2 input variabelen afhankelijk is (die beiden netto volumes betreffen, verschillen tussen instroom en uitstroom bij VertiCer), die beiden nog flink, in beide richtingen, kunnen gaan afwijken van de huidige waarden, is er nog niet veel te zeggen over wat dit uiteindelijk op kalenderjaar basis zal gaan opleveren. Het is echter wel waarschijnlijk, dat die gemiddelde nieuwe project capaciteit op een hoog niveau zal komen te liggen, vanweg de sterk neerwaartse trend bij het aantal nieuwe projecten, bij een blijvend hoog niveau voor de nieuwe totale capaciteiten.

† Met name uit de oudere SDE regelingen, vallen regelmatig lang geleden bij VertiCer voorganger CertiQ ingeschreven projecten weg. Hier zijn verschillende redenen voor. In de uitgebreide SDE project analyses van Polder PV wordt hier regelmatig, en gedetailleerd over gerapporteerd (exemplaar 1 april 2024, zie hier).


4. 100 procents-grafieken en segmentatie naar grootteklasse

Een van de nieuwe mogelijkheden van de compleet herziene presentaties bij VertiCer, is de segmentatie naar grootteklasse. Daar kon tot voor kort uitsluitend iets over gezegd worden op basis van de jaaroverzichten, waar, al lang geleden op basis van een verzoek in die richting door Polder PV, inderdaad werk van gemaakt is door rechtsvoorganger CertiQ. Zoals in de eerste analyses al duidelijk werd, is dit nu ook op maandelijkse basis mogelijk. Met, we blijven dit herhalen, de waarschuwing, dat alle cijfers bijgesteld kunnen worden in latere updates, met name m.b.t. de meest recente data. Bij de al wat oudere periodes vinden wijzingen minder vaak plaats, en zijn ze meestal van een bescheiden omvang.

In het 3e artikel over de eerste resultaten van januari 2023 heb ik al meer-jaarlijkse trends laten zien bij de evolutie van de diverse grootte klasses. Inclusief een toen nog in de bestanden van CertiQ voorkomende enorme anomalie, die niet bleek te zijn hersteld (artikel 14 februari 2023). Van dat historische overzicht zijn, om onbekende redenen, tm. de huidige maand cijfers bij rechtsopvolger VertiCer, nog steeds geen recentere updates verschenen. Maar uiteraard wel op de wat kortere termijn. De nieuwe data voor mei 2024, en de aangepaste waarden voor de maanden in de meest recente periode daar aan voorafgaand vindt u hier onder.

4a. 100 procents-grafiek aantallen per categorie

Een zogenaamde "100-procents-grafiek" voor de evolutie trends van de 8 door VertiCer en haar rechtsvoorganger onderscheiden grootteklassen van de gecertificeerde PV-populatie die zij bijhouden, dit exemplaar voor de aantallen projecten aan het eind van elke maand. Voor eind mei / begin juni 2024 zijn de absolute waarden per grootteklasse rechts weergegeven. Globaal genomen namen de kleinste categorieën (1-5 kWp, 5-10 kWp, en 10-50 kWp) in betekenis af sedert juli 2021, de impact van de grotere categorieën werd groter. Er is echter weer een stabilisatie gekomen, omdat het tempo bij de aantallen nieuw netgekoppelde (danwel netto overgebleven) projecten onder de SDE regimes weer flink is afgenomen. In de mei 2024 update, is het totale aantal installaties groter of gelijk aan 50 kWp, medio 2021 al meer dan de helft, met het gezamenlijke volume al op ruim 57% van het totaal gekomen (19.945 van, in totaal, 34.907 netto overgebleven projecten). De categorie 100-250 kWp omvat het grootste aantal projecten, 7.545 exemplaren, afgezien van de kleinste installaties tot 5 kWp (overgebleven 8.634 stuks, eind mei 2024). Uiteraard hebben de grotere project categorieën, vanaf 250 kWp, relatief weinig tot bescheiden aantallen. Maar schijn bedriegt: ze omvatten de allergrootste volumes bij de capaciteit, en hebben dus een zéér grote impact op de totale populatie, zie de volgende grafiek.

Plussen en minnen

Een klein deel van de afnemende betekenis van de kleinste project categorieën wordt veroorzaakt door continue uitval uit het databestand van VertiCer (diverse redenen mogelijk, ook al heel lang waargenomen bij de SDE portfolio's, analyse status 1 april 2024). Daar staat ook weer tegenover dat volledig buiten de populaire SDE regelingen om gerealiseerde kleinschalige projecten bijgeschreven kunnen worden in de registers van VertiCer. Een fenomeen wat compleet onbekend lijkt in de PV sector in ons land, er wordt in ieder geval nooit over gerept, behalve dan bij Polder PV. In 2023 werden er bijvoorbeeld netto 40 installaties in de kleinste project categorie uitgeschreven, maar kwam er tegelijkertijd een verrassende hoeveelheid van 140 exemplaren bij in de categorie 5 tm. 10 kWp, waarvoor normaliter beslist géén (nieuwe) SDE beschikking afgegeven kan zijn sedert SDE 2011 (zie ook tabel paragraaf 5b). Dat soort kleine projecten zijn mogelijk afkomstig uit portfolio's van bedrijven zoals Powerpeers, Vandebron, en Allinpower, en het in België al actieve EnergySwap, die geoormerkt garanties van oorsprong (GvO's) van door de afnemer aangewezen projecten afboeken, ter "vergroening" van de stroomconsumptie van de klant. Daar kunnen ook (zeer) kleine residentiële projecten, of bijvoorbeeld kleine installaties op scholen, gymzalen e.d. bij zitten. Om dat soort transacties in Nederland te kunnen / mogen doen, moeten de betrokken projectjes ook verplicht geregistreerd worden bij VertiCer.

De grootste categorie, projecten (of eigenlijk: "registraties") groter dan 1 MWp per stuk, omvat eind mei 2024 1.627 installaties (wederom 20 meer dan in de vorige update tm. april 2024), wat slechts 4,7% van het totale aantal is op dat moment. Op herhaalde verzoeken van Polder PV, om deze grote "verzamelbak" verder op te splitsen, gezien de dominante hoeveelheid capaciteit in deze categorie (zie grafiek onder paragraaf 4b), is, destijds, CertiQ, helaas niet ingegaan.

4b. 100 procents-grafiek capaciteit per categorie

Een vergelijkbare "100 procents-grafiek" als voor de aantallen projecten, maar nu voor de periode juli 2021 tm. mei 2024, voor de daarmee gepaard gaande capaciteiten in MWp. Voor eind mei 2024 zijn wederom de absolute volumes rechts weergegeven. Een totaal ander beeld is hier te zien, met "überdominant" de grootste project categorie (installaties groter dan 1 MWp). Waarvan het aandeel op het totale volume in de getoonde periode alweer flink is toegenomen, van bijna 51% eind juli 2021, tot al 64% begin juni 2024 (7.924 MWp, t.o.v. het totale volume van 12.385 MWp, in de vorige update was het percentage nog ruim 63%). Duidelijk is te zien, dat dit wel een terugval is t.o.v. de situatie in februari, wat te maken heeft met de forse neerwaartse bijstelling van de gecumuleerde (netto) capaciteit in het maart rapport. Na een kleine "dip" in april, is het aandeel van deze grote cluster echter weer wat toegenomen, in mei. Door deze, soms merkwaardige bijstellingen, krijgt de normaliter continu groeiende curve, vreemde "sprongen" in het verloop (andere, opwaartse sprongen zichtbaar in jan. 2023 en jan. 2024). Steekhoudende, actuele verklaringen voor die merkwaardige, abrupte sprongen in de broncijfers, geeft VertiCer helaas niet.

Afgezien van voornoemde neerwaartse bijstelling blijft de dominante impact van de grootste projecten categorie t.o.v. alle bij VertiCer geregistreerde PV projecten duidelijk, alsmede de daar mee gepaard gaande, voortdurende schaalvergroting in de projecten sector. Dit, met tevens een vingerwijzing naar het relatief bescheiden aantal projecten (vorige grafiek: 1.627 projecten in mei 2024), terug te voeren op een steeds hoger wordende systeemgemiddelde capaciteit van de projecten in deze grootste categorie. In juli 2021 was dat nog 4.024 kWp gemiddeld, begin juni 2024 is dat alweer toegenomen naar 4.871 kWp, een toename van ruim 21% in 34 maanden tijd.

Voor de overige categorieën blijft er dan niet zeer veel "ruimte" meer over op het totaal. Nemen we ook nog de drie opvolgende categorieën mee (flinke projecten van een halve - 1 MWp, 250 - 500 kWp, resp. 100 - 250 kWp), claimen de grootste vier project categorieën het allergrootste geregistreerde volume in de totale markt. Dit was in juli 2021 al 93,3%, eind mei 2024 is dat 96% geworden. De kleinste 2 categorieën zijn op deze schaal al vrijwel niet meer zichtbaar. Hun aandeel is begin juni 2024 geslonken naar nog maar 0,13% van totaal volume (15,6 MWp, projecten van elk 5 - 10 kWp, ondanks tussentijdse groei), resp. 0,18% (21,9 MWp, projecten van elk 1 - 5 kWp).

Dan resteren nog relatief bescheiden volumes voor de categorieën projecten van 50-100 kWp (totaal 365 MWp eind mei 2024, 3,0%), resp. 10-50 kWp (totaal 127 MWp, 1,0%).


5. Jaarvolume segmentaties 2022 - 2023

5a. 2022 revisited - status update publ. 3 juni 2024

In de maandrapport analyse voor januari 2023 publiceerde ik ook een tabel met de nieuw gereconstrueerde cijfers voor de jaargroei voor kalenderjaar 2022. Daar zijn natuurlijk in de tussenliggende rapportages weer veel wijzigingen in gekomen, waarbij ik de laatste stand van zaken in de mei 2024 update hier onder weergeef in tabelvorm. Voor nadere toelichting, zie de analyse bij het januari 2023 rapport. Ditmaal zijn er alleen bij de grootste categorie en bij de totale volumes wijzigingen van de oorspronkelijke gegevens (aantallen en capaciteit) t.o.v. het voorgaande exemplaar, van april 2024, ook hier weer cursief weergegeven. Afgeleide cijfers zijn uiteraard (deels "achter de komma") mee veranderd.

Nieuwe jaarvolumes 2022 (YOY)
Aantallen
aandeel op totaal (%)
Capaciteit (MWp)
aandeel op totaal (%)
Gemiddelde capaciteit per nieuwe installatie (kWp)
1-5 kWp
-56
-2,2%
-0,069
-0,003%
1,2
5-10 kWp
50
2,0%
0,406
0,02%
8,1
10-50 kWp
220
8,6%
6,868
0,35%
31,2
50-100 kWp
431
16,9%
33,027
1,7%
76,6
100-250 kWp
795
31,1%
137,403
7,0%
172,8
250-500 kWp
525
20,5%
181,615
9,2%
345,9
500-1.000 kWp
269
10,5%
192,169
9,7%
714,4
> 1 MWp
323
12,6%
1.422,743
72,1%
4.404,8
Totaal
2.557
100%
1.974,162
100%
772,1

Aantallen nieuw "totaal" wijzigde in de huidige update, van 2.555 naar 2.557; de capaciteit "totaal" nam ook toe, van 1.970,345 MWp naar 1.974,162 MWp. De systeemgemiddelde capaciteit van de toevoegingen in 2022 veranderde mee, en is ditmaal weer iets hoger geworden: van 771,2 kWp naar 772,1 kWp bij de totale volumes. Zie de tabel voor de overige details bij alle segmentaties.

Overduidelijk blijft, dat de grootste groei bij de aantallen nieuwe projecten in 2022 lag bij de installaties van 100 tm. 250 kWp (inmiddels 795 nieuwe exemplaren bekend, 31,1% van totale jaarvolume), met categorie 250 tm. 500 kWp als goede tweede (525 nieuwe projecten, 20,5%). Opvallend blijft het forse volume van 323 nieuwe installaties in de grootste projecten categorie >1 MWp (12,6%), waar de meeste grondgebonden zonneparken en grote rooftop installaties op distributiecentra e.d. onder vallen. Ook valt de negatieve groei van de kleinste project categorie op, er zijn in totaal netto 56 projecten uit de databank van VertiCer "uitgeschreven" in 2022. Daarvoor zijn diverse redenen mogelijk, waar onder misschien eerste oude projecten met een SDE 2008 of 2009 beschikking, die door hun subsidie termijn heen zijn, en waarvan de eigenaren actief de registratie bij de rechtsopvolger van CertiQ hebben be-eindigd.

Bij de capaciteit is het verhaal compleet anders. Hier blijft de categorie projecten groter dan 1 MWp alles veruit domineren, met maar liefst 1.422,7 MWp van het totale 2022 jaarvolume (72,1%) op haar conto, een zoveelste illustratie van de schaalvergroting in de projecten markt. De drie opvolgende categorieën kunnen nog enigszins - op grote afstand - meekomen, met aandelen van 9,7, 9,2, resp. 7,0% van het totale toegevoegde project volume (capaciteit). De kleinste 3 categorieën doen uitsluitend voor spek en bonen mee bij dit grote projecten-geweld (aandelen 0,35% of veel minder bij de capaciteit).

5b. Groei in 2023 (zeer voorlopig) - status update publ. 3 juni 2024

Naar analogie van de - licht gewijzigde - cijfers voor de nieuwe aanwas in heel 2022 (vorige tabel), geef ik hier onder de uiteraard nog voorlopige data voor de 12 maanden van 2023 (cumulatie januari tm. december), volgens de cijfers in het laatste maandrapport verschenen op de VertiCer website. Ondanks de hier al weergegeven aanpassingen, gaat er waarschijnlijk nog wel meer veranderen aan deze data, dus nog zéér voorlopige cijfers voor dat jaar (cursief: wijziging t.o.v. rapportage april 2024):

Nieuwe "jaar" volume 2023 (jan. tm. dec.)
Aantallen
aandeel op totaal (%)
Capaciteit (MWp)
aandeel op totaal (%)
1-5 kWp
-40
-4,2%
-0,041
-0,002%
5-10 kWp
140
14,7%
1,231
0,05%
10-50 kWp
-17
-1,8%
-0,420
-0,02%
50-100 kWp
158
16,6%
12,302
0,51%
100-250 kWp
189
19,9%
31,224
1,3%
250-500 kWp
158
16,6%
49,028
2,0%
500-1.000 kWp
137
14,4%
100,675
4,2%
> 1 MWp
226
23,8%
2.210,394
91,9%
Totaal
951
100%
2.404,393
100%

Uit dit overzicht blijken 2 zaken kristalhelder: de groei is in 2023 in bijna alle kleinere categorieën "niet van betekenis" geweest, en/of, vanwege de vele wijzigingen in de actuele databestanden bij VertiCer, hebben deze zelfs (tijdelijk ?) tot negatieve groeicijfers geleid t.o.v. de herziene status aan het begin van het jaar (= status EOY 2022, vorige tabel). Er zijn vanaf begin 2023 nogal wat wijzigingen geweest in de updates van dat jaar. Sommige voorheen "negatieve groeicijfers" zijn inmiddels omgeturnd in positieve exemplaren, en vice versa. Nogmaals wijs ik op het oorspronkelijke, uitgebreide commentaar van CertiQ, hoe dergelijke (tijdelijke) negatieve groeicijfers en wijzigingen daarin tot stand kunnen komen in hun databestanden. Het berekenen van systeemgemiddeldes bij negatieve groeicijfers heeft niet zoveel zin, dus die heb ik voor dit specifieke overzicht voorlopig weggelaten. Dat komt later wel, als er enig zicht is op meer gesettelde, volledige jaarcijfers.

Negatieve groei cijfers zijn er voor zowel aantallen als bij de capaciteit bij de categorieën 1-5 kWp (-40, resp. -0,041 MWp), en 10-50 kWp (-17, resp. -0,420 MWp).

In totaal zijn er netto bezien in 2023 nog maar 951 nieuwe projecten bijgekomen, 22 meer dan in de voorgaande update. Dat zal nog wel aardig bijgesteld kunnen gaan worden in komende updates. Het is in ieder geval extreem laag, dat is al een tijdje duidelijk. Een neergaande trend bij de netto bijkomende projecten was al veel langer zichtbaar in de klassieke maand rapportages. Zie de eerste grafiek in de analyse van het laatste "gangbare" maandrapport van rechtsvoorganger CertiQ (december 2022). Deze trend lijkt zich te hebben versterkt, vooral bij de netto aantallen nieuwkomers (netto = nieuwe aanwas minus bij VertiCer uitgeschreven projecten per maand).

Flinke wijziging bij groei capaciteit in 2023

Wat overblijft, is het enige positieve punt, namelijk de groei van de capaciteit, ondanks de vele, structurele problemen in de markt (met name voorhanden netcapaciteit en hogere project kosten). De facto is die vrijwel exclusief neergekomen op een toename in, het wordt eentonig, de grootste project categorie (registraties per stuk groter dan 1 MWp). Want daar werd tussen januari en eind december 2023 een aanzienlijk volume van 2.210,4 MWp aan toegevoegd, bijna 92% van het totale nieuwe volume van 2.404,4 MWp. Dit was in de update van eind 2023 nog maar 1.298 MWp, de bizarre toename van het bij VertiCer geregistreerde vermogen in januari 2023 is hier grotendeels debet aan.

De in een vorige update gerapporteerde disclaimer, dat voor de grootste project categorie een schier onmogelijk hoog project gemiddelde van 31,5 MWp per project resulteerde voor het eerste kwartaal, lijkt met de diverse gepasseerde latere forse bijstellingen in ieder geval alweer achterhaald, zoals toen ook al voorspeld. Het gemiddelde met de huidige cijfers is inmiddels uitgekomen op een "logischer" gemiddelde van bijna 9,8 MWp voor de grootste project categorie. Dat ligt echter nog steeds op een hoog niveau. Deze categorie blijft een zeer dominant stempel op het totale gerealiseerde volume zetten, en de projecten in deze categorie zijn per stuk ook nog eens gemiddeld zeer groot.

De enige categorieën die nog enigszins iets voorstellen zijn de 3 op een na grootsten, met projecten tussen de 500 en 1.000 kWp, resp. 250-500 kWp, en 100-250 kWp, die momenteel cumulatief in 2023 een verzameling van 101 MWp, resp. 49 MWp en 31 MWp nieuw toegevoegde capaciteit tellen. De overige categorieën stellen weinig voor bij de nieuw opgeleverde capaciteit in deze periode.


6. Evolutie van gecertificeerde zonnestroom productie / uitgifte van GvO's tm. april 2024

Ook voor deze parameter, afgegeven hoeveelheid Garanties van Oorsprong (GvO's), geldt, dat er geen update van de historische cijfers is gegeven, behalve voor de meer recente data vanaf mei 2021. In onderstaande grafiek daarom ook alleen de situatie van de meeste recente jaren. Voor een fraaie grafiek die verder terug gaat in de tijd, zie de update in de bespreking van het februari rapport van 2023, en het commentaar daarbij. Nadat in een recente update voor het eerst een nog zéér voorlopige, totale jaarproductie bekend is geworden voor 2023, zijn inmiddels de eerste resultaten voor januari tot en met april in het nieuwe jaar, 2024, gepubliceerd. Met wederom een bizarre anomalie wat februari betreft, die nog niet officieel is "gerepareerd".***

De extractie van een continue reeks van zonnestroom productie data uit de nieuwe spreadsheets van VertiCer is niet eenvoudig omdat de zonnestroom data tussen alle overige GvO cijfers in staan, sterk verspreid over meerdere locaties, er terug gerekend moet worden naar maand van productie, er continu wijzigingen / bijstellingen zijn, en alle over verschillende periodes uitgegeven garanties van oorsprong (GvO's) voor gecertificeerde zonnestroom uiteindelijk per maand opgeteld moeten worden. Bovenstaande grafiek is het uiteindelijke resultaat, met de meest recent beschikbare reeks van mei 2021 tm. april 2024. In de maand rapportages lopen de productie resultaten altijd 1 maand achter op die van de opgestelde generator capaciteit. De productie is weergegeven in de blauwe curve (rechter Y-as als referentie, eenheid GWh = 1 miljoen kWh).

Er zijn twee "drijvende krachten" achter het verloop van deze curve. Ten eerste natuurlijk de seizoens-variabiliteit, die zich uit in hoge producties in de zomermaanden ("toppen"), resp. lage output in de wintermaanden ("dalen"). Meestal is december de minst producerende maand. Eerder zagen we al dat, sterk afhankelijk van de gemiddelde instralings-condities in de betreffende maand, in de zomerperiodes hetzij mei (2020), juni (2019, 2021, 2022), of juli (2017, 2018) de best performer waren bij de productie. Voor de hier getoonde recentere periode zijn de waargenomen "zomer pieken" alle 3 in juni gevallen. De huidige piek waarden zijn hetzelfde als in de vorige update, behalve voor juni 2022.

De tot nog toe gecertificeerde productie in juni 2023 heeft een nieuw record niveau van 1.536 GWh bereikt, en is gestabiliseerd sinds de vorige revisie. Dat is al bijna 24% hoger dan in juni 2022, waarvoor inmiddels 1.243 GWh aan zonnestroom GvO's zijn uitgegeven. Anton Boonstra had voor heel Nederland, voor juni 2023, 11% meer instraling vastgesteld dan in juni 2022, de maand was dan ook "record zonnig" volgens het KNMI. Dit opmerkelijke resultaat voor juni is dus niet verbazingwekkend. Dat, in combinatie met de continu voortschrijdende nieuwbouw van PV projecten (al dan niet met SDE subsidie), maakt dat we eind juni 2023 al een (gecertificeerd) productie record te pakken hebben. Deze piek kan in theorie nog steeds wat hoger kan gaan worden in komende updates.

Ook de piek volumes uit met name 2021 en 2022 kunnen later nog, zij het marginaal, worden bijgeplust. Zeker van de kleinere projecten, die niet maandelijks door een meetbedrijf worden gemeten, komen productiecijfers namelijk heel erg laat pas beschikbaar, en worden ze dan pas aan de databestanden van VertiCer toegevoegd. En worden ze "zichtbaar" in de hier getoonde productie historie. Als dit al geschiedt, zal de impact ervan echter zeer bescheiden zijn.

Juli duidelijk minder productie dan juni

Het resultaat voor juli 2023 laat een scherpe neerwaartse knik in de grafiek zien, en komt, voorlopig, uit op een productie van 1.196 GWh in die maand. Wat 1,2% lager is dan de 1.211 GWh in de zeer zonnige juli maand van 2022. Ten eerste was juli 2023, i.t.t. juni, een historisch bezien "normale" maand wat het aantal zonne-uren betreft. Boonstra meldde dat er in die maand 11,3% minder instraling was dan in juli 2022, en productie is altijd direct gerelateerd aan de hoeveelheid instraling, dus een lagere output voor juli was sowieso al de verwachting.

Ten tweede. In juli 2023 steeg het aantal uren met negatieve prijzen op de stroommarkt behoorlijk, volgens de bekende grafiek van Martien Visser van Entrance op "X" (28 oktober 2023). Het kan beslist zo zijn geweest, dat hierdoor met name grotere projecten tijdelijk hun productie hebben gestaakt, om geen geld te moeten betalen i.p.v. te ontvangen. Geen productie = geen GvO's. De omvang daarvan is echter nog steeds een aardig mysterie, want die afschakelingen worden bij mijn weten niet nationaal bijgehouden cq. geopenbaard. Visser probeert die verliezen / "non-producties" weliswaar te "modelleren" voor zijn data platform (zie tweet van 27 mei 2024), maar Minister Rob Jetten van MinEZK moest bij beantwoording van vragen van Eerdmans van JA21 het antwoord schuldig blijven over de mogelijke volumes die afgeschakeld zouden zijn / worden. Die zijn volgens hem helemaal niet bekend (zie tweet van Polder PV met het betreffende antwoord, van 30 mei 2024).

Resterende maanden 2023 ff.

Augustus 2023 zit momenteel op 1.058 GWh, wat bijna 9,5% lager is dan de 1.169 GWh, die tot nog toe voor ook zeer zonnig augustus 2022 door VertiCer zijn uitgegeven.

Voor september 2023 is tot nog toe voor 905 GWh aan GvO's afgegeven. Dat is al ruim 17,5% meer, dan de al meer geconsolideerde uitkomst voor september 2022 (769 GWh). Dit is in lijn met het feit, dat Anton Boonstra uit de KNMI data 6,8% meer horizontale instraling in september 2023 heeft berekend dan in september 2022 (platform "X", 1 oktober 2023), in combinatie met de toegenomen capaciteit in het tussenliggende jaar.

Oktober 2023 heeft een voorlopig volume van 455 GWh, 8,6% onder het voorlopige resultaat voor oktober 2022. November 2023 heeft tot nog toe bijna 8% relatieve minder opbrengst, dan in november van het voorgaande jaar. In december is het verschil omgeslagen, van ruim 5% negatief in de vorige update, naar inmiddels al bijna 5,5% positief (t.o.v. december 2022). In zeer zonnig januari werd voorlopig bijna 207 GWh genoteerd, wat al bijna 31% meer was dan de 158 GWh in januari 2023.

Nog niet herstelde anomalie: GvO uitgifte februari 2024***

En toen kwam februari, met een volstrekt onwaarschijnlijk niveau van, inmiddels zelfs 2.124 GWh (!) aan "kennelijk" afgegeven volume van GvO's (blauwe stippellijn). Vooral voor de categorie "Aantal uitgegeven GvO's (niet-netlevering)" was de uitgifte in die maand extreem hoog, 1.935 GWh (91% van totale uitgifte niveau verminderd met een marginaal niveau van teruggetrokken GvO's voor zonnestroom, 33 GWh). Dit is volstrekt onbestaanbaar, en leek toen op een grote fout in het VertiCer systeem te wijzen, waarover ik destijds al een e-mail had verstuurd. Het antwoord kwam op 15 april 2024 binnen bij Polder PV:

*** Naar aanleiding van mijn e-mail aan VertiCer ter opheldering van de hoogst merkwaardige anomalie m.b.t. de gerapporteerde afgegeven hoeveelheid GvO's in de februari rapportage, kreeg ik op 15 april een kort, maar zeer duidelijk antwoord: "De oorzaak ligt in een foutieve meetwaarde die de netbeheerder heeft ingestuurd en geaccordeerd. De netbeheerder heeft na onze constatering een gecorrigeerde meetwaarde ingestuurd". We kunnen dus een herstel van deze grote fout gaan verwachten in een van de komende updates, hij is in ieder geval nog niet doorgevoerd in de updates van april en mei 2024. Met dank aan VertiCer voor deze verklaring. Vanwege de nog niet herstelde anomalie, is het betreffende gedeelte in de grafiek gestippeld weergegeven. Duidelijk blijft, dat zelfs bij gecertificeerde meetwaarden opgaves, dus fouten kunnen arriveren op de VertiCer burelen. Alleen zeer stricte controles op die waarden, kunnen garanderen dat het GvO systeem 100 procent waterdicht blijft.

Maart - april 2024

In maart 2024 was de geregistreerde certificaat uitgifte inmiddels 763 GWh, wat een forse 28% hoger lag dan de tot nog toe uitgegeven hoeveelheid voor maart 2023 (596 GWh). De eerste resultaten voor april 2024 laten al een uitgifte van 1.006 GWh zien, de eerste april maand waarvoor dus al meer dan 1 TWh aan groencertificaten is uitgegeven voor gecertificeerde PV installaties. Het was wel marginaal (1,6%) hoger dan het al meer gesettelde volume voor april 2023 (990 GWh), maar er zal nog wel het nodige bovenop gaan komen in komende maandrapportages van VertiCer.

Met name voor de laatst gerapporteerde maanden zullen er sowieso nog het nodige aan uitgegeven GvO's bij gaan komen. Standaard bij de GvO data van VertiCer is, dat de eerstpublicatie voor een willekeurige maand al het veruit grootste volume GvO's voor die maand oplevert. Afgiftes die later worden gepubliceerd, zijn al veel geringer van omvang, en worden stapsgewijs kleiner qua volume. Het "doorsijpelen" van later afgegeven GvO's, die met terugwerkende kracht voor de betreffende maand worden bijgeschreven, kan echter heel lang doorgaan. Dat kan minstens langer dan een jaar duren in veel gevallen.

De tweede drijvende kracht achter deze curve is uiteraard de in het recente verleden zeer onstuimige groei van de projecten markt, met telkens flink meer, gemiddeld genomen steeds grotere PV projecten, wier nieuwe productie volumes in de loop van het kalenderjaar toegevoegd worden aan de output van het eerder al bestaande productie "park". Dat is dé drijvende kracht achter de steeds hoger wordende pieken (bovenop de verschillen in instraling van jaar tot jaar). Alle nieuwe capaciteit zal bijdragen aan het verhogen van de pieken, zelfs al hebben ze in sterk toenemende mate oost-west opstellingen om de voor netbeheerders zeer vervelende "middag-output-piek" te verlagen.

Progressie in winter"dips"

In de productie curve is goed te zien dat de zogenaamde "winter-dips" in de al wat meer "gesettelde" jaren (hier 2021, 2022), ook op een steeds hoger niveau komen te liggen, a.g.v. de almaar toenemende productie capaciteit, die ook in de winter aan een toenemende hoeveelheid zonnestroom productie bijdragen. In deze laatste update blijkt december 2022 weer een marginaal hoger volume te zijn toegerekend, 136,7 GWh. Dat is wel al 13,0% hoger dan in december 2021 (121,0 GWh), en is zelfs al een factor 4,6 maal het niveau van de "dip" in het winterseizoen van 2017/18 (jan. 2018 29,8 GWh, zie eerder gepubliceerde historische grafiek).

December 2023, in een vorige rapportage voor het eerst in de data historie van VertiCer qua afgegeven aantal GvO's december 2022 voorbij, heeft inmiddels 144,2 GWh staan (5,5% meer dan december 2022). De verwachting is dat met name de recentere maand productie cijfers later nog wat opgeplust zullen gaan worden, en dat december 2023 ook nog verder kan uitlopen met de latere toevoegingen.


7. Jaarproducties volgens Garanties van Oorsprong

Een herziene versie van de grafiek met de jaarlijkse uitgifte van Garanties van Oorsprong (GvO's) werd gegeven in de analyse van de februari cijfers van 2023 (link). Er is nog steeds geen nieuwe revisie van de oudere cijfers, alleen van de volledige data vanaf mei 2021. Wel zijn in de huidige update voor het eerst wat nagekomen "historische data" van maanden in eerdere jaren gepubliceerd (2x in 2013, en 3x in 2014!). Het oudste nu toegevoegde record is voor juni 2023 (1 GvO toegevoegd voor die maand). Omdat de oudere cijfers ondertussen flink gewijzigd kunnen zijn, kunnen er helaas nog geen nieuwe totale volumes worden bepaald voor de eerdere jaargangen.

Als we alleen naar de geregistreerde volumes in de data van de huidige update van mei 2024 kijken, zou 2021 in totaal 4.505 GWh gecertificeerde productie hebben, en 2022 al 8.554 GWh, exclusief alle andere volumes van niet bij VertiCer geregistreerde installaties (waar onder vrijwel de gehele residentiële markt). In 2023 is tot nog toe al 8.944 GWh gecertificeerde zonnestroom productie geregistreerd, dus al ruim boven het volume van 2022. Hierbij komt ook nog, dat de nodige nakomende volumes van eerdere maanden worden bijgeplust. Het zal daarbij interessant zijn, te zien, wat de balans zal gaan worden tussen de méér productie van de toegevoegde nieuwe gecertificeerde capaciteit in 2023, in relatie tot het feit, dat de cumulatieve instraling in dat jaar, 7,2% láger lag, dan in het relatief zonnige jaar 2022, aldus de data-extracten en waarnemingen van Anton Boonstra.

Voor 2024 is uiteraard nog weinig van de gecertificeerde zonnestroom productie bekend. De cumulatie komt momenteel, tm. april, op 4.099 GWh uit, maar daar zit nog de volstrekt foutieve waarde van februari bij. Zolang die nog niet is hersteld in de publieke cijfers, valt er nog niet veel te zeggen over de geregistreerde productie in de eerste vier maanden van 2024.


8. Bronnen

Intern - rapportages CertiQ / VertiCer 2023, aflopend gesorteerd

VertiCer update april 2024 - 2023 jaargroei naar 2.384 MWp nieuwbouw, 21% méér t.o.v. nieuwe capaciteit in dezelfde periode 2022 (3 mei 2024)

VertiCer update maart 2024 - 2023 wederom verder omhoog, naar 2.364 MWp nieuwbouw, 20% méér t.o.v. nieuwe capaciteit in dezelfde periode 2022 (3 april 2024)

VertiCer update februari 2024 - 2023 verder uitlopend naar 2.321 MWp nieuwbouw, 18% méér t.o.v. nieuwe capaciteit in dezelfde periode 2022 (3 maart 2024)

VertiCer update januari 2024 wederom surprise - 2023 naar 2.012 MWp nieuwbouw, nu 2,4% méér t.o.v. nieuwe capaciteit in dezelfde periode 2022 (?) (4 februari 2024)

VertiCer update december 2023 - voorlopig 1.298 MWp nieuwe gecertificeerde PV capaciteit, 34% minder t.o.v. nieuwe capaciteit in dezelfde periode 2022 (7 januari 2024)

VertiCer update november 2023 - eerste 11 maanden 1.223 MWp gecertificeerde PV capaciteit nieuw, (voorlopig) 31% minder t.o.v. nieuwe capaciteit in dezelfde periode 2022 (4 december 2023)

VertiCer update oktober 2023 - eerste 10 maanden 1.127 MWp gecertificeerde PV capaciteit nieuw, (voorlopig) 33% minder t.o.v. nieuwe capaciteit in dezelfde periode 2022 (2 november 2023)

VertiCer update september 2023 - eerste 3 kwartalen 867 MWp gecertificeerde PV capaciteit nieuw, (voorlopig) 46% minder t.o.v. nieuwe capaciteit in dezelfde periode 2022 (4 oktober 2023)

VertiCer update augustus 2023 - eerste 8 maanden 835 MWp gecertificeerde PV capaciteit nieuw, (voorlopig) 45% minder t.o.v. nieuwe capaciteit in dezelfde periode 2022 (7 september 2023)

VertiCer update juli 2023 - eerste zeven maanden 646 MWp, (voorlopig) 46% van nieuwe capaciteit t.o.v. zelfde periode 2022 (2 augustus 2023)

VertiCer (ex CertiQ) update juni 2023 - "negatieve maandgroei", stabilisatie capaciteit; eerste half jaar 546 MWp, (voorlopig) 49% van nieuwe capaciteit t.o.v. zelfde periode 2022 (19 juli 2023)

CertiQ / VertiCer update mei 2023 - "negatieve maandgroei" aantal installaties, stabilisatie capaciteit; eerste vijf maanden 356 MWp, 38% van nieuwe capaciteit t.o.v. zelfde periode 2022 (3 juni 2023)

CertiQ / VertiCer update april 2023 - wederom "negatieve maandgroei"; eerste vier maanden slechts 14% van nieuwe capaciteit t.o.v. zelfde periode 2022 (4 mei 2023)

CertiQ / VertiCer update maart 2023 - nieuwe en bijgestelde cijfers gecertificeerde zonnestroom, eerste kwartaal 41% van nieuw volume QI 2022 (4 april 2023)

CertiQ / VertiCer update februari 2023 - nieuwe en bijgestelde cijfers gecertificeerde zonnestroom, hoge toevoeging capaciteit januari, zeer lage hoeveelheden in februari (7 maart 2023)

Revisie van historische maand- en jaarcijfers CertiQ. Deel II. Grafieken, nieuwe jaarvolumes (hoger in 2018-2020, lager in 2021), volledige sequentie Garanties van Oorsprong. (14 februari 2023)

Januari 2023 flinke toename geregistreerde gecertificeerde zonnestroom capaciteit, 354 MWp, maar het verhaal is complexer bij CertiQ. Deel I. (8 februari 2023)

CertiQ herziet cijfer presentatie methodiek - een nieuw tijdperk ? (8 februari 2023)

Sinterklaas surprise november rapport CertiQ 2022 bleek een fopspeen: december rapport wederom "negatieve groei", 1e status update. (9 januari 2023, laatste analyse van "klassieke" maandrapportage, en links naar eerdere analyses in 2021 en 2022)

Meer licht in de duisternis (?) omtrent ontwikkeling gecertificeerde zonnestroom portfolio in (2019-) 2020 bij CertiQ. (4 november 2020; vroege signalering van sterk wijzigende historische CertiQ data door Polder PV)

Extern

Data overzichten website VertiCer (vooralsnog alleen rapportages over 2023 en 2024, en 1 ouder overzicht met data tot juni 2021)

NB: de oude website van CertiQ is niet meer actief, de url verwijst door naar de site van rechtsopvolger VertiCer !



1 juni 2024. 2024 vervelende "start" voor zonnestroom producenten - wederom record lage producties, ook bij Polder PV. Zoals in de vorige analyse, over april 2024, is het er nog niet veel beter op geworden met het weer. Ook mei was "somber" volgens het KNMI, met ook nog eens een record volume aan neerslag. De productie cijfers zijn er dan ook naar. In deze analyse de cijfers voor mei en voor de eerste vijf maanden van 2024, voor het referentie systeem bij Polder PV. Wat sedert de netkoppeling van de eerste vier zonnepanelen, op 13 maart 2000, in de basis inmiddels 8.846 dagen in bedrijf is.

De tabel met de producties van de verschillende "sets" zonnepanelen van Polder PV. Alleen voor mei in de eerste kolommen, en daarnaast de cumulatie voor januari tm. mei 2024. Naast het opgestelde vermogen in Wp wordt de productie per groep in Wattuur (Wh) vermeld, ernaast de belangrijke afgeleide specifieke opbrengst (in kWh/kWp, hetzelfde als Wh/Wp), waarmee de uit verschillende vermogens bestaande deelgroepjes goed vergeleken kunnen worden. Helemaal rechts, de vergelijkbare staatjes voor de specifieke opbrengsten in mei, resp. januari tm. mei 2023, ontleend aan het bericht over die maand, op de Polder PV website.

In mei waren ditmaal wederom de kleine Kyocera set (2x 50 Wp op 1 OK4E-100 micro-inverter), en de oudste zonnepanelen set, 4x 93 Wp Shell Solar modules, de best performers, met specifieke opbrengsten van 113,6 resp. 112,6 kWh/kWp. De Kyocera set zat op ongeveer hetzelfde niveau als in mei 2023, de productie voor de 4 93 Wp panelen was echter significant lager dan het volume in mei 2023. De 4 achterste 108 Wp modules (oranje band) en een apart op pal zuid gericht setje 108 Wp modules (donkergroene band) deden het redelijk, met specifieke opbrengsten van 109-108 kWh/kWp. De 2 problematische panelen (rode band, met donker rood kader) hadden weer de laagste opbrengst, 71,1 kWh/kWp, ook weer beduidend minder dan de opbrengst in mei 2023, toen de problemen met die set al speelden. Het kern-systeem van 10 panelen / 1,02 kWp (lichtgroene band) had een opbrengst van bijna 105 kWh, wat neerkomt op een specifieke opbrengst van 102,3 kWh/kWp. Dat is, ondanks het tegenvallende generieke aantal zonuren, vanwege de langere dagen en de hogere zonnestanden, gelukkig wel beduidend hoger dan de 86,1 kWh/kWp in de ook al sombere maand april dit jaar.

Vergelijken we de specifieke producties in mei 2024 met die in mei 2023 (laatste kolom rechts), blijkt 2024 gemiddeld genomen duidelijk slechtere resultaten te laten zien, op 1 uitzondering na. De Kyocera set had 0,5% méér opbrengst dan in mei van het voorgaande jaar. Alle andere groepjes hadden echter (veel) lagere producties. De 2 "problematische" panelen in de voorste rij presteerden zelfs 28,3% slechter (in april was dat nog ruim 24%). Het KNMI kwalificeerde mei 2024 in een voorlopig bericht als "Zeer warm, recordnat en aan de sombere kant". Met 212 zonuren i.p.v. langjarig gemiddeld (1991-2020) 225 zonuren. Zuid-oostelijk Nederland had zelfs maar 158 zonuren (langjarig gemiddeld 218 zonuren). In Hoorn op Terschelling scheen de zon zelfs wat langer dan het langjarig gemiddelde (260 t.o.v. 252 zonuren). De Bilt kreeg slechts 197 zonuren te verwerken, t.o.v. langjarig gemiddeld 218 uren.

Het wederom zwaar tegenvallende resultaat voor het 1,02 kWp kernsysteem in 2024 is inmiddels geplot in het welbekende maandproductie diagram, wat Polder PV al vele jaren lang elke maand van een update voorziet.

In deze grafiek alle maandproducties van het kern-systeem van 10 panelen (1,02 kWp) bijeen, met elk kalenderjaar een eigen kleur. 2024 heeft weer een nieuwe kleurstelling gekregen. Tot oktober 2001 waren er nog maar 4 panelen in het eerste systeem, en de producties daarvan zijn dan ook niet vergelijkbaar met de rest van de datapunten. Oktober 2010 was het hele systeem grotendeels afgekoppeld van het net, vandaar de zeer lage waarde voor die maand. Die wordt dan ook niet meegenomen in de berekening van het langjarige gemiddelde per maand, de dikke zwarte lijn in de grafiek.

Januari 2024 begon ver bovengemiddeld met de maandproductie, voor de 10 kernsysteem panelen ruim 30,6 kWh. Daarna was het, spreekwoordelijk bezien, "armoe troef", met continu (zeer) slechte productie resultaten. Februari dook er, dankzij vele sombere, en regenachtige dagen, onder, en bereikte net geen dieptepunt, met bijna 27,6 kWh. Ook maart 2024 bracht het er niet best vanaf, met een productie van 65,7 kWh, en slechts 3 jaren die nog lager uitkwamen. April en mei kwamen zelfs met nieuwe diepte records voor die maanden, die nog verder werden verslechterd door problemen met verbindingen bij de panelen. In april werd een productie van 87,8 kWh gemeten (2,6% lager dan het vorige laagterecord voor deze maand, april 2012). Ook mei liet alweer een nieuw dieptepunt zien. Met 104,4 kWh werd het voorgaande laagte-record, 108,4 kWh in mei 2013, alweer met 3,7% onderboden ...

In deze vergelijkbare grafiek zijn alleen de maandproducties van de laatste vier jaar getoond. Zelfs in zo'n relatief korte periode zijn de verschillen soms groot in de lange zomerse periode. Zoals in de maanden mei, juli en augustus. Het relatieve verschil in maart was het hoogst, omdat die maand in 2022 zéér hoog scoorde (zelfs hoger dan de opvolgende maand april). Goed is te zien dat 2024 sterk tegenvallende producties heeft laten zien, afgezien van januari. April en mei bereikten nieuwe laagte records bij de gemeten producties. In mei lag de output bijna 16% onder dat van het langjarige gemiddelde.

In deze grafiek geef ik de cumulatieve opbrengsten per kalenderjaar voor alle maanden per kalenderjaar, tot en met de maand weergegeven in de titel (momenteel: mei). De eerste twee jaren gelden niet voor het gemiddelde of de mediaan, omdat er toen grotendeels nog maar 4 panelen aanwezig waren en de producties dus veel lager dan met tien panelen. Het gemiddelde voor de productie in januari tm. mei is in de laatste oranje kolom weergegeven en bedraagt (periode 2002-2024) inmiddels 388 kWh voor dit deel-systeem.

We zien een grote spreiding in de cumulatieve opbrengst voor de eerste vijf maanden, met 7 jaren die flink boven het gemiddelde uitsteken, en nogal wat jaren er (ver) onder. Het overall zeer zonnige jaar 2003 had bij Polder PV al in februari de macht gegrepen, en heeft haar positie tm. mei bestendigd, met een cumulatieve opbrengst van 452 kWh voor de eerste 5 maanden (dik 16% meer dan het langjarige gemiddelde), gevolgd door 2022 en 2020.

De opbrengst in januari (hoge productie), februari (zeer lage productie), en maart 2024 (beduidend ondergemiddeld), en april en mei (laagste scores ooit), in accumulatie 316 kWh, geeft, in totaal bezien, voor Polder PV's grootste deel installatie, voor de derde maand achter elkaar, het slechtste cumulatieve resultaat in de volledige productie periode sedert 2002, bijna 19% lager dan het langjarige gemiddelde. Dit wordt deels veroorzaakt door (een) slechte verbinding(en) bij (minimaal) een paneel, natuurlijk in combinatie met de niet erg beste weers-omstandigheden in het eerste kwartaal, en de regenrijke maanden april en mei. De productie resultaten in heel Nederland waren ook niet best (zie ook verderop, cijfers Boonstra).

In bovenstaande grafiek is wederom de mediaan waarde voor de jaren 2002 tm. 2024 weergegeven, in de vorm van de horizontale, magenta streepjeslijn. Deze waarde ligt iets onder het gemiddelde, op een niveau van 382 kWh. De productie in januari-mei 2024 ligt ruim 17% onder deze mediaan waarde.

In deze grafiek zijn de voortschrijdende cumulaties van de energie (stroom) productie van het 1,02 kWp basis-systeem te zien, met elk jaar een eigen kleur. We zien voor het jaar 2023 (lichtgele kleurstelling), na aanvankelijk een gemiddelde start in januari-februari, dat, vanwege problemen met de installatie, de curve duidelijk onder het langjarige gemiddelde (zwarte streepjeslijn) duikt, in juni een korte opleving laat zien, om vervolgens weer weg te zakken, naar een voorlaatste positie, eind van het jaar. Rekenen we 2010 als niet representatief jaar (dakrenovatie, anderhalve maand niet gerealiseerde productie), is 2023 tot nog toe dus het slechtste productiejaar in de lange historie van Polder PV geworden, met een jaaropbrengst van slechts 868 kWh voor deze deel-installatie. Dat is 2% lager dan het tot nog toe laagste productie tonende "normale" jaar, 2012 (885 kWh).

De cumulatieve jaarproducties van de twee hoogst (2003 en 2022), en slechtst presterende jaargangen (2023, 2012) zijn rechtsboven naast de Y-as weergegeven, om een indruk van de spreiding te geven.

2024 begon aanvankelijk weer met een zeer hoge, "bijna record" opbrengst in januari, maar door de soms zeer sombere maanden februari tm. mei werd het cumulatieve resultaat weer duidelijk gedrukt, en kwam het uit op een nieuw laagte-record, 316 kWh (gemiddelde over alle jaren: 385 kWh). Dit voorspelt niet veel goeds voor de jaarproductie in 2024. Het moet langdurig zeer zonnig gaan worden, om deze slechte "start" weer enigszins goed te kunnen maken ...

Opkikkertje

Er was ook, gelukkig, "goed nieuws". Tijdens het analyseren van de maandwissel output data van de "prehistorische" OK4 micro-inverters, zag Polder PV dat, een jaar nadat het eerste exemplaar een "unieke" cumulatieve meterstand van ruim 2 MWh liet zien, inmiddels ook het tweede exemplaar die respectabele grens heeft overschreden. Dat zal Henk Oldenkamp vast wel goed doen, die, lang geleden, baanbrekend werk heeft verricht en die destijds deze omvormertjes via NKF in de Nederlandse markt heeft gezet.

Screendump van de stokoude logging computer die Polder PV bij de maandwissel gebruikt om de nóg oudere OK4E-100 micro-inverters van zijn PV installatie te kunnen uitlezen. Deel uitlezing ongeveer midden op de dag (cijfers van eind van de dag worden voor de maand-standen gebruikt), waarbij onderaan de eerste OK4 (rode ovaal) staat weergegeven die een jaar geleden de magische 2 MWh productie grens bereikte (hier getoond productie in Watturen). De groene ovaal toont de 2e OK4, die in het PV systeem van Polder PV inmiddels, in mei 2024, ook die "historische productie grens" heeft mogen halen. Een derde exemplaar (55595) staat, waarschijnlijk dit jaar nog, op de nominatie voor de numero 3 (huidige stand ruim 1.946 kWh).

OK4 omvormers met veel lagere cumulatieve meterstanden zijn van veel recentere datum dan deze drie "oudjes" (inwissel exemplaren voor defect gegane, of "ondermaats presterende" zusjes).


Data Anton Boonstra, Siderea.nl, Energieopwek.nl

Boonstra publiceerde, zeer getrouw, al snel weer de volledige set van 4 kaartjes met de instraling en productie in mei, en in de 1e 5 maanden van 2024, per provincie bepaald van opgaves van het KNMI, en het PVOutput.org portal, van 1.253 grotendeels residentiële installaties (links in bronnen overzicht, onderaan).

De horizontale instraling in mei 2024 lag in Nederland gemiddeld beduidend lager, -12,1%, dan in dezelfde maand in 2023, met gemiddeld 153,3 kWh/m², en een forse spreiding over het land. De extremen lagen voor die maand tussen de 137,5 kWh/m² (wederom Limburg) en 170,2 kWh/m² (Fryslân). De relatieve verschillen met mei 2023 lagen tussen de -21,0% in Noord-Brabant, en +0,1% in Groningen. Noord Nederland was duidelijk zonniger dan zuidelijk resp. west Nederland, in mei.

De gemiddelde specifieke productie opbrengst (van grotendeels residentiële installaties) lag voor heel Nederland op 112,9 kWh/kWp in mei 2024, wat, volgens Boonstra, maar liefst 15,3% lager lag dan in mei 2023. De extremen lagen hier in Noord-Brabant (103 kWh/kWp), resp. 128 kWh/kWp in Groningen, wat vaak juist met relatief magere productie resultaten wordt geconfronteerd (productie ruim 24% meer dan in Noord-Brabant). In relatieve zin was het verschil met mei 2023 ook het grootst in Noord-Brabant (-23,3%), terwijl in Fryslân en Groningen de laagste negatieve verschillen werden vertoond (-3,8 resp. -1,0%).

Voor de cumulatieve instraling in de maanden januari tm. mei liet Boonstra uiteraard ook weer een kaartje zien. Over heel Nederland was dit 392,1 kWh/m², wat alweer 8,4% lager lag dan het niveau in jan.-mei 2023 (in de periode jan. tm. april was het nog maar -5,9%). Limburg heeft de rode lantaren overgenomen van Groningen, en kwam het laagst uit, met maar 373,0 kWh/m², op de voet gevolgd door de aangrenzende provincies Noord-Brabant en Gelderland. Zeeland werd uit haar overwinnings-roes van april geschud, en belandde op de 5e (!) plek, na de nu instralings-rijkste provincies Noord-Holland, met 410,1 kWh/m² (10% meer instraling dan in Limburg), Fryslân (405,0 kWh/m²) en Zuid-Holland (395,0 kWh/m²). In relatieve zin lagen de verschillen met jan. - mei 2023 tussen de -10,9% in Zeeland, tot -5,6% in Noord-Holland.

Kijken we naar de PVOutput.org installaties, is de gemeten (specifieke) productie in de 1e 5 maanden van 2024 gemiddeld 311,9 kWh/kWp geweest, wat 11,4% lager is dan de productie in die periode in 2023. Flevoland is Friesland gepasseerd met de meest matige cumulatieve opbrengst (298 t.o.v. 304 kWh/kWp), gevolgd door Utrecht, en Noord-Brabant (305 resp. 306 kWh/kWp). Noord-Holland heeft, met gemiddeld 331 kWh/kWp, inmiddels Zeeland (329 kWh/kWp) ingehaald en heeft dus de kop-positie ingenomen.

De gebreken bij de oude installatie van Polder PV lijken inmiddels structureler te worden. De gemeten specifieke opbrengst van 310 kWh/kWp in de eerste 5 maanden (tabel bovenaan dit artikel), ligt inmiddels onder die van het gemiddelde in zijn provincie, Zuid-Holland (317 kWh/kWp).

In relatieve zin waren de (negatieve) verschillen met hetzelfde tijdvak in 2023 als volgt. Het laagste verschil werd ditmaal in Fryslân gemeten (-8,3%, waarbij Groningen, met -8,8%, op de 2e plaats is beland). Het hoogste verschil werd niet meer vastgesteld in Drenthe (-12,0%), maar in Limburg (-12,8%), met Noord-Brabant en Gelderland in haar kielzog (-12,6% resp. -12,3%).

Er was eerder in mei door Boonstra al een opvallend verschil in gemiddelde zonnestroom producties vastgesteld tussen Noord- en Zuid-Nederland, zie de onderaan gelinkte tweet van 18 mei 2024 (met kaartje).

Verschillen instraling vs. productie
Zowel voor mei, als voor de periode januari tm. mei, zijn de negatieve verschillen van de gemeten producties wederom groter t.o.v. dezelfde periodes in 2023, dan bij de instralings-data. Dit is al langer zo, en is waarschijnlijk terug te voeren op extra problemen, zoals tijdelijk uitvallende omvormers bij netspannings-problemen in met name laagspanningsnet - gebieden (woonwijken e.d.), en vermoedelijk ook, actieve uitschakeling van PV installaties bij klanten met een dynamisch stroom contract, in periodes met negatieve stroomprijzen.


Siderea verwijst al enige tijd voor hun opbrengst prognoses naar de nieuwe, interactieve Landelijke Opbrengst Berekening, met meer datapunten dan vroeger werden vermeld. De methodiek bij Siderea is verder verfijnd, zie het separate bericht onderaan. Dit werkt ook door in de resultaten op de LOB pagina. Deze resultaten worden ook apart weergegeven in een separaat tabblad.

Siderea rekent voor mei 2024 met haalbare specifieke opbrengsten van 105 (Midden Brabant) tot 143 kWh/kWp (de Kooy NH), voor goed werkende installaties met "gemiddelde oriëntaties", ZW of ZO. Tot waarden van 108 kWh/kWp voor Midden Brabant, tot 147 kWh/kWp (de Kooy, NH), voor installaties met optimale oriëntaties.

Voor de langjarige periode 2001-2020 berekende Siderea voor mei haalbare opbrengsten, tussen de 120 kWh/kWp (Veluwe) en 141 kWh/kWp (de Kooy - kop van NH) voor "gemiddelde oriëntaties", en 123 en 145 kWh/kWp voor "optimale oriëntaties", voor dezelfde standplaatsen.

Voor de periode jan.-mei 2024 komt Siderea voor "gemiddelde oriëntatie" op waarden tussen de 316 kWh/kWp (noord-Limburg) en 379 kWh/kWp in de Kop van Noord-Holland. En voor "optimale oriëntaties" tussen de 337 en 405 kWh/kWp voor dezelfde locaties.

Zoals eerder al gememoreerd, zijn (finaal berekende cijfers) allemaal ideale gevallen, veel recenter geplaatste installaties halen deze prognoses niet, omdat ze onder suboptimale omstandigheden zijn gerealiseerd. Bovendien komen tijdelijke afschakelingen, gewild (negatieve stroomprijzen bij dynamisch stroom contract), dan wel ongewild (spanningsproblemen op het laagspanningsnet, a.g.v. hoge penetratiegraad van PV op relatief "dun" uitgelegde netten) vaker voor, wat de werkelijk haalbare jaarproductie onder druk zet bij de getroffen installaties. Dit zal sowieso niet gaan verbeteren, maar eerder nog minder gaan worden.

Extra troubles in the making

Als de dreiging van de huidige coalitie bewaarheid gaat worden, en de wettelijke mogelijkheid van het salderen van zonnestroom per 1 januari 2027 wordt stopgezet, zal, in combinatie met de inmiddels al frequent in rekening gebrachte "terugleverheffingen" bij de nodige grote leveranciers, tegen die tijd het (tijdelijk) afschakelen van grote hoeveelheden zonnestroom installaties mogelijk een hoge vlucht gaan nemen, en een hoge impact op de te verwachten specifieke opbrengsten gaan hebben. Het is moeilijk in te schatten hoe "erg" dit probleem zal gaan worden, op de middellange termijn.


Nationaal Klimaat Platform had nog geen nieuwsbericht over de productie van energie uit hernieuwbare bronnen tijdens publicatie van dit artikel. De berekende data zijn tegenwoordig te raadplegen via het Nationale Energie Dashboard, zie ook het artikel van 21 maart 2024, op Polder PV.


Energieopwek.nl

De brondata voor het Klimaatakkoord, Nationaal Klimaat Platform, en het Nationale Energie Dashboard, worden als vanouds berekend door de computers van En-Tran-Ce van Martien Visser (energieopwek.nl website). In mei 2024 werd het hoogste gemiddelde vermogen op de 12e bereikt, met een berekende output van gemiddeld 6,59 GW over dat etmaal. Het hoogste niveau in mei 2023 lag op 5,97 GW (31 mei 2023, aangepaste cijfers, bij eerst-publicatie was het namelijk nog maar 5,61 GW).

Het dag-"record" van 12 mei 2024 komt neer op een berekende zonnestroom productie van 6,59 (GW) x 24 (uren) = 158,2 GWh. Dat ligt 10,4% hoger dan het hoogste niveau in mei 2023 (143,3 GWh).

Voor de maand mei 2024 werd de hoogste momentane output piek voor zonnestroom door energieopwek.nl midden op de dag ook op 12 mei aangetikt, op een niveau van 19,01 GW. Deze berekende piek is alweer beduidend hoger dan de hoogste piek berekend voor april dit jaar. Die werd in die maand op de 29e gehaald, met (fors opgewaardeerd) 17,62 GW.

Beide maximale output waarden liggen alweer flink hoger dan het momentane productie record in 2023. Dat was op 3 juni 2023, waarvoor 16,9 GW piek opbrengst is vastgesteld. De verwachting is, dat, gezien de flink gegroeide PV capaciteit in Nederland, het laatst bekende record van ruim 19 GW op 12 mei, nogmaals aan diggelen gaat in juni of 1 van de andere zomermaanden, in het huidige jaar.


Bronnen:

Meetdata Polder PV sedert maart 2000

Mei 2024. Zeer warm, recordnat en aan de sombere kant (kort bericht KNMI, 31 mei 2024)

Lente 2024 (maart, april, mei). Recordwarm, zeer nat en somber (kwartaal bericht, 31 mei 2024, voorlopig overzicht)

De staat van ons klimaat 2023: warmste en natste jaar ooit gemeten (nieuwsbericht KNMI, 31 januari 2024, met link naar volledige rapportage, let daarbij vooral ook op het instralingsdiagram op slide 12 !)

Anton Boonstra (grafieken met gemiddelde waarden van KNMI weerstations resp. PVOutput.org, gelumpt per provincie)

1 juni 2024. Instraling KNMI weerstations, voor mei 2024, en voor januari tm. mei 2024

1 juni 2024 Gemiddelde productie in mei 2024 t.o.v. ditto 2023 bij 1.253 zonnestroom installaties op het PVOutput.org platform

1 juni 2024. Gemiddelde cumulatieve productie in jan-mei 2024 t.o.v. ditto in 2023, bij 1.253 zonnestroom installaties op het PVOutput.org platform

18 mei 2024. Cumulatieve opbrengsten eerste 17 dagen van mei geven duidelijk hogere productie in Noord t.o.v. Zuid Nederland te zien

Evolutie van aantal uren met lage of zelfs negatieve day ahead stroomprijzen 2019 tm. 13 mei 2024 (opmerkelijke toename, Tweet Boonstra op 13 mei 2024, met grafiek)

En verder:

Siderea.nl (met name de interactieve LOB berekening pagina)

Update "Siderea PV Simulator". Bericht gedateerd 7 april 2024, over enkele wijzigingen in de berekenings-methodiek bij Siderea

Gemiddelde zonnepanelen opbrengsten in Nederland in 2023: 0,87 kWh/Wp (Solarcare, ongedateerd, januari 2024)

Martien Visser / En-Tran-Ce, meestal met hoogst interessante weetjes in de "grafiek van de dag", een paar recente voorbeelden. Productie data zijn veelal berekend, middels steeds fijnere modelleringen, en - voor PV - gebaseerd op voortschrijdende inzichten in combinatie met meest recente capaciteits-data van het CBS (zie ook deze verklarende tweet):

Berekende zonnestroom productie mei 2024 13% hoger dan mei 2023 (voor belangrijk deel door capaciteits-toename; 1 juni 2024)

13% lagere CO2 emissies NL jan. 2024 t.o.v. referentie 1990 (Kyoto afspraken; 31 mei 2024)

57 GW groei PV capaciteit EU in 2023 (van SolarPower Europe; 30 mei 2024)

Speculaties over afschakel percentage "grote zonneparken" 26 mei 2024 (27% wordt geschat, lees echter s.v.p. ook dit ...; 27 mei 2024)

26 mei 2024 al dubbel zoveel uren met negatieve stroomprijzen als in voorgaande jaar (26 mei 2024)

25% van maximaal haalbare opbrengst PV zou verloren zijn gegaan als installaties alleen bij positieve "day-ahead" prijzen zouden worden ingeschakeld (23 mei 2024)

Capture rate zonnepark eigenaren in mei helf van base-load elektra (moeilijk plaatje; 22 mei 2024)


 
 
 
© 2024 Peter J. Segaar / Polder PV, Leiden (NL)
^
TOP